Op 23 september 2026 stond Delcy Rodríguez als interim-president van Venezuela op het podium van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Op haar revers droeg ze een broche in de vorm van Venezuela, inclusief de Essequibo: ruim twee derde van het grondgebied van buurland Guyana. Rodríguez kwam aan de macht nadat Amerikaanse troepen Nicolás Maduro in januari hadden afgezet. Een dag later vroeg de Guyanese president Irfaan Ali dezelfde zaal om Venezuela te houden aan de komende uitspraak van het Internationaal Gerechtshof. Caracas noemt de grens een koloniale vervalsing uit 1899. Washington noemt het halfrond sinds eind 2025 zijn eigen achtertuin. In die ene broche zitten de twee krachten waar dit stuk over gaat: oude kaarten, en machten die bepalen wie ze mag gebruiken.
Inleiding
Na 1945 gold een eenvoudige afspraak: grenzen verschuif je niet met geweld. Die afspraak is nooit volledig nageleefd, maar ze bepaalde wel wat als normaal gold. In 2026 staat ze op meer plekken tegelijk onder druk dan in decennia het geval was. In Oekraïne, rond Taiwan, in Jemen, in de Hoorn van Afrika en aan de grens tussen Venezuela en Guyana beroepen partijen zich op oude rijken, koloniale verdragen en vergeten jaartallen om de huidige grens te betwisten.
Dit stuk stelt drie vragen. Waarom grijpen staten en bewegingen juist nu terug op historische kaarten? Wanneer wordt zo'n historische claim een gewapend conflict, en welke rol spelen buitenlandse machten daarin? En wat betekent dit voor Europa en Nederland, landen die hun veiligheid lang hebben gebouwd op het internationaal recht en op de Verenigde Staten?
De opbouw volgt die vragen. Eerst komen de afscheidingsconflicten aan bod waarin regio's zich met een beroep op het verleden van hun staat willen losmaken. Daarna Oekraïne en Taiwan, de twee grote dossiers waarin een grootmacht zelf de historische claim voert. Vervolgens de verschuiving van een Amerikaans gedomineerde wereld naar een orde met meerdere machtscentra, en de vraag of regionale veiligheidsstructuren oorlog kunnen voorkomen. Het stuk eindigt bij Nederland: wat het zou moeten erkennen, en waar het over tien, twintig en dertig jaar wil staan.
De kaart als argument
Afscheidingsbewegingen beginnen zelden bij de toekomst. Ze beginnen bij een jaartal. Zuid-Jemen verwijst naar zijn onafhankelijkheid van 1967 tot 1990. Somaliland naar de vijf dagen in 1960 waarin het als voormalig Brits protectoraat een eigen staat was. Catalonië naar 1714, toen Barcelona viel en de Catalaanse instellingen werden opgeheven. Het argument is steeds hetzelfde: dit gebied hoorde nooit echt bij de staat die er nu over regeert.
Dat argument is altijd een keuze. Wie een historische grens claimt, kiest het moment in de geschiedenis dat de gewenste grens oplevert, en laat de eeuwen daarvoor en daarna weg. Dat maakt een claim niet automatisch onterecht. Het betekent wel dat geschiedenis hier vooral als bewijsvoering wordt ingezet.
De meeste van deze bewegingen bereiken hun doel niet. Sinds 2000 zijn er maar twee breed erkende nieuwe staten bijgekomen: Oost-Timor in 2002 en Zuid-Soedan in 2011, beide na lange processen met VN-betrokkenheid. Kosovo, sinds 2008 onafhankelijk, wordt door een deel van de wereld erkend en door een ander deel niet. De naoorlogse regel dat grenzen niet met geweld verschuiven, houdt formeel stand.
Tussen die regel en de werkelijkheid ligt een breed spectrum. Aan de ene kant staat Catalonië: in 2017 een referendum en een onafhankelijkheidsverklaring die direct werd opgeschort, gevolgd door rechtszaken en amnestiedebatten. Geen gewapende strijd, geen buitenlandse beschermheer. Aan de andere kant staan burgeroorlogen met tienduizenden doden. Mijn stelling, die in de rest van dit stuk wordt getoetst: het verschil tussen die twee uitersten wordt vaak bepaald door één factor. Een historische claim alleen levert zelden een oorlog op. Pas wanneer een buitenlandse macht wapens, geld of erkenning levert, wordt afscheiding een gewapend conflict.
Afscheiding met een sponsor
Jemen levert het helderste bewijs van het afgelopen jaar. Begin december 2025 nam de separatistische Southern Transitional Council (STC), gesteund door de Verenigde Arabische Emiraten, de olierijke provincie Hadramaut in. Op het hoogtepunt controleerde de beweging vrijwel het hele voormalige Zuid-Jemen. Toen sloeg Saoedi-Arabië terug: luchtaanvallen begin januari, de val van Aden, en STC-leider Aidarus al-Zubaidi vluchtte naar de Emiraten. Op 9 januari kondigde een deel van de STC-leiding in Riyad de opheffing van de beweging aan, wat de woordvoerder direct betwistte. De Emiraten trokken hun troepen terug. (Al Jazeera, MERIP)
De historische claim op Zuid-Jemen bleef al die tijd hetzelfde. Wat veranderde, was de sponsor. Met Emiratische steun groeide de beweging tot een quasi-staat; zonder die steun viel ze in weken uiteen. In mei 2026 dook ze weer op onder een nieuwe naam, de Arab South Transitional Council, met een massabijeenkomst in Aden (The Arab Weekly). De claim overleeft dus ook zonder beschermheer, maar als politieke beweging, niet als leger.
Somaliland laat de andere route zien: erkenning in plaats van wapens. Het gebied is sinds 1991 feitelijk onafhankelijk van Somalië. Op 26 december 2025 werd Israël het eerste VN-lid dat Somaliland als staat erkende (Wikipedia-overzicht). De Afrikaanse Unie eiste intrekking. Egypte, Saoedi-Arabië en Turkije stemden hun tegenreactie op elkaar af. De Somalische president beweert dat Somaliland in ruil voor erkenning heeft ingestemd met een Israëlische militaire basis en de opvang van Palestijnen uit Gaza; Israël en Somaliland ontkennen dat (Al Jazeera, Critical Threats). Vaststaat dat Somaliland aan de Golf van Aden ligt, tegenover Jemen, op een van de drukste scheepvaartroutes ter wereld.
Oekraïne: twee erfgenamen van Kyiv
In Oekraïne werkt de historische claim op een andere schaal. Hier betwist niet een regio de staat, maar betwist een buurland het bestaan van die staat.
De lijn begint bij het Kyivse Rijk, het vorstendom dat van de negende tot de dertiende eeuw rond Kyiv bestond en in 988 onder Volodymyr het christendom aannam. Na de Mongoolse verwoesting van Kyiv in 1240 splitste die lijn zich. De westelijke en zuidelijke gebieden kwamen onder Litouwen en later Polen-Litouwen. In het noordoosten groeide Moskou onder de Gouden Horde uit tot machtscentrum en eiste het de erfenis van heel Rus op.
Daarna volgen de ijkpunten waaraan beide kanten hun verhaal ophangen. In 1654 sloot de Kozakkenleider Chmelnytsky in Perejaslav een verbond met de tsaar; voor Moskou een hereniging, voor Oekraïense historici een militair bondgenootschap. In de negentiende eeuw sprak het tsarenrijk van "Klein-Rusland" en verbood het Oekraïenstalige publicaties. Na 1917 volgden een kortstondige Oekraïense volksrepubliek en de Sovjetrepubliek met haar grenzen. In 1954 ging de Krim van de Russische naar de Oekraïense sovjetrepubliek. Bij het referendum van december 1991 stemde ruim 90 procent voor onafhankelijkheid, met meerderheden in elke regio, ook in Donetsk, Loehansk en, nipter, op de Krim.
Rusland gebruikt die geschiedenis op twee niveaus. De maximale claim betreft het hele land: in zijn essay van juli 2021 beschreef Poetin Russen en Oekraïners als één volk, en in februari 2022 noemde hij het moderne Oekraïne een schepping van Lenin. De regionale claim betreft het zuiden en oosten onder de naam Novorossiya, de achttiende-eeuwse term voor gebied dat het tsarenrijk op de Ottomanen en het Krim-kanaat veroverde. Die term werd in 2014 nieuw leven ingeblazen. Kyiv antwoordt met dezelfde voorouder: de stad is de bakermat van Rus, Moskou de latere opvolger. Het conflict gaat dus ook over de vraag wie de erfgenaam is.
Voor 2014 tot 2022 past Oekraïne gedeeltelijk in het patroon van gesponsorde afscheiding. Er was lokale onvrede in de Donbas over taal en politieke koers. Maar de sponsor en de historische claimant vielen hier samen: Igor Girkin, een voormalig FSB-officier die de eerste gewapende groepen leidde, verklaarde eind 2014 zelf dat hij de oorlog in gang had gezet. Vanaf 2022, na de invasie en de annexatie van vier oblasten naast de Krim, valt Oekraïne buiten het burgeroorlogkader. Het is een interstatelijke oorlog, en de historische legitimatie dient annexatie.
De onderhandelingen van 2026 bevestigen dat. Moskou eist dat Oekraïne zich terugtrekt uit het deel van de Donbas dat het nog in handen heeft; Kyiv weigert grondgebied op te geven dat Rusland niet op het slagveld heeft veroverd (NBC News, Kyiv Post). Voor oktober staat een nieuwe driehoeksronde met de VS gepland. Russische analisten stellen zelf dat grondgebied nooit het belangrijkste doel was: het ging om een neutraal Oekraïne dat ten minste deels in de Russische invloedssfeer ligt (Christian Science Monitor). Dat is hun interpretatie, maar ze is veelzeggend. De historische kaart en de invloedssfeer blijken twee woorden voor hetzelfde doel.
Historici zijn het grotendeels eens dat het Kyivse Rijk Russisch noch Oekraïens was in de moderne zin van het woord. Wie er een rechte lijn naar 2026 trekt, projecteert een natiestaat terug op een middeleeuws vorstendom. Voor Moskou ligt het gekozen jaartal in 988 of 1654. Voor Kyiv in 1991.
Taiwan: de burgeroorlog die nooit eindigde
Taiwan is het spiegelbeeld van Oekraïne, en de geschiedenis begint dichter bij huis dan veel Nederlandse lezers denken. Van 1624 tot 1662 was het eiland een kolonie van de VOC, met Fort Zeelandia als bolwerk, tot Koxinga de Nederlanders verdreef. In 1683 lijfde de Qing-dynastie Taiwan in. In 1895 stond China het eiland bij het Verdrag van Shimonoseki af aan Japan. Na 1945 kwam het onder de Republiek China, en in 1949 vluchtte de verslagen Kwomintang-regering ernaartoe.
Twee latere documenten bepalen het juridische debat. In het Vredesverdrag van San Francisco (1951) zag Japan af van Taiwan zonder te zeggen aan wie; daarop rust het argument dat de status van het eiland onbepaald is. In 1971 gaf VN-resolutie 2758 de Chinese zetel aan Peking. Peking leest daarin dat de kwestie beslecht is; Taipei en Washington betwisten dat.
Hier werkt de redenering uit de eerste helft van dit stuk omgekeerd. Oekraïne is een erkende VN-lidstaat, dus de naoorlogse norm van territoriale integriteit beschermt Kyiv. Taiwan wordt door slechts een twaalftal landen erkend. Peking noemt de kwestie een onafgemaakte burgeroorlog uit 1949, en de Chinese Anti-afscheidingswet van 2005 maakt Taiwanese onafhankelijkheid juridisch tot afscheiding. Dezelfde norm die Oekraïne beschermt, dient hier de claim van de grootmacht. Het internationaal recht kiest dus geen kant; het volgt wie formeel als staat geldt.
De druk is het afgelopen jaar gegroeid. Eind december 2025 hield het Chinese leger de oefening Justice Mission 2025, volgens Taiwanese experts de oefening met het grootste bereik sinds de reeks in 2022 begon, kort na een Amerikaanse wapenverkoop van 11,1 miljard dollar (Defense News). Taiwan antwoordde in augustus 2026 met de grootste Han Kuang-oefening tot nu toe, een gesimuleerde verdediging van tien dagen (Washington Post). Daarbij zet Peking vrijwel dagelijks vliegtuigen, schepen en kustwacht in: druk zonder eerste schot.
Ook hier zijn er tegenargumenten. Taiwan is een eiland op zo'n 160 kilometer van het vasteland; een amfibische invasie is van een andere orde dan een grondoorlog in de Donbas. De economische verwevenheid van China met de rest van de wereld is veel groter dan die van Rusland was. En de bevolking zelf laat zich niet terugvoeren naar 1949: in langlopende peilingen van de Nationale Chengchi-universiteit noemt rond de 60 procent zich Taiwanees en niet Chinees, terwijl een meerderheid de status quo verkiest. Formeel heeft Taipei nooit onafhankelijkheid uitgeroepen. Of Peking zijn besluitvorming laat afhangen van wat de oorlog in Oekraïne Rusland kost, wordt veel gesteld maar is niet aan te tonen.
Samen tonen de twee dossiers de twee kanten van dezelfde munt. In Oekraïne breekt een grootmacht een erkende grens open met een historisch argument. Bij Taiwan gebruikt een grootmacht de bestaande regels om een feitelijke grens nooit erkend te laten worden.
Waar de kaarten elkaar raken
Daarmee komen we bij de kern. Zolang één macht de wereldorde bewaakte, kostte het regionale machten veel om grenzen te verschuiven. Nu de Verenigde Staten die rol beperken, valt elke regionale macht terug op het referentiekader dat ze al had: haar eigen geschiedenis. Dat is de rode draad van dit stuk. De grensconflicten van 2026 liggen precies waar die historische kaarten elkaar overlappen.
In de theorie heet dit de hegemoniale-stabiliteitsthese, verbonden aan Robert Gilpin en Charles Kindleberger. Robert Kagan gebruikte er het beeld voor van een jungle die terugkeert zodra de tuinman vertrekt. Elke regionale macht heeft daarbij een eigen kaart:
- Rusland: het "nabije buitenland" en de Russische wereld, met een invloedsgrens die ongeveer samenvalt met die van tsarenrijk en Sovjet-Unie.
- China: de "eeuw van vernedering" als verlies dat hersteld moet worden, met Taiwan en de Zuid-Chinese Zee als herstel.
- Turkije: de Mavi Vatan-doctrine ("Blauw Vaderland") in de Egeïsche en Oostelijke Middellandse Zee, en actieve rollen in Libië, Syrië en de Kaukasus.
- Iran: strategische diepte via bondgenoten in Irak, Syrië, Libanon en Jemen.
- Ethiopië: premier Abiy die toegang tot de Rode Zee als historisch recht presenteert.
- De VAE en Saoedi-Arabië: geen historische kaart in die zin, wel een greep op havens en zeestraten van Jemen tot Somaliland en Soedan.
Het opvallendste is dat de VS zelf meedoet. De Nationale Veiligheidsstrategie van eind 2025 kondigde een "Trump-corollarium" op de Monroedoctrine van 1823 aan: Washington wil voorkomen dat machten van buiten het halfrond daar strijdkrachten plaatsen of strategische bezittingen beheren (NSS 2025, Brookings). Een maand later werd Maduro afgezet. Ook de herhaalde Amerikaanse claims op Groenland passen in dit beeld. De hegemoon gedraagt zich steeds meer als regionale macht die in historische lijnen denkt. Dat verzwakt het Amerikaanse argument tegen Moskou en Peking het meest.
Een invloedssfeer wordt aan de randen afgedwongen. Daarom liggen de conflicten op de naden: Oekraïne tussen Rusland en de EU en NAVO, Taiwan tussen China en de VS, de Kaukasus tussen Rusland, Turkije en Iran, de Hoorn van Afrika tussen de Golfstaten, Turkije, Egypte en nu ook Israël. Daar versterken de lokale historische claim en de sfeerclaim van de buitenmacht elkaar. Dat verklaart waarom een Jemenitische afscheidingsbeweging opeens afhangt van een ruzie tussen Riyad en Abu Dhabi.
Vier kanttekeningen houden de these eerlijk. Ten eerste klopt de tijdlijn niet volledig: Rusland viel Georgië binnen in 2008 en annexeerde de Krim in 2014, toen de Amerikaanse dominantie nog groot was, en de VS ondermijnde de norm zelf met de invasie van Irak in 2003. Afnemende hegemonie verklaart de versnelling, niet het begin. Ten tweede is de VS militair en financieel nog steeds dominant; een deel van de terugtrekking is een politieke keuze, geen machtsverlies. Ten derde reduceert het denken in invloedssferen landen als Oekraïne, Taiwan en Armenië tot speelballen, terwijl hun bevolkingen zelf keuzes maken. Ten vierde zijn invloedssferen niet nieuw; Jalta was in 1945 een verdeling van Europa. Nieuw is dat er meer en kleinere spelers zijn en dat de verdeling niet meer aan één tafel plaatsvindt.
Een veiligheidsorde voor Eurazië?
Als het internationaal recht oorlog tussen grootmachten minder goed tegenhoudt, wat dan wel? Een denkrichting is regionale veiligheidsstructuren. Toegepast op Eurazië: twee pijlers onder één paraplu. Een Europese pijler waarin ook Rusland en Oekraïne een plaats krijgen, en een Aziatische pijler, elk met een eigen strategie, maar onder een gemeenschappelijk overlegkader.
Dat idee heeft een lange voorgeschiedenis. De Helsinki-akkoorden van 1975, later de OVSE, vormden een Europese veiligheidsstructuur waarin de Sovjet-Unie gewoon meedeed. Gorbatsjov sprak van een "gemeenschappelijk Europees huis", en het Handvest van Parijs (1990) leek dat even waar te maken. Medvedev stelde in 2008 een Europees veiligheidsverdrag voor, waar het Westen grotendeels aan voorbijging. In juni 2024 riep Poetin op tot een "Euraziatische veiligheidsarchitectuur", en China lanceerde in 2022 zijn Global Security Initiative.
Die laatste twee voorstellen maken het idee politiek beladen. Het belangrijkste verschil zit in de plaats van de VS: Moskou en Peking willen een Euraziatische orde zonder Amerika. Een Europees voorstel dat dat verschil niet expliciet maakt, wordt al snel gelezen als overname van het Kremlin-verhaal.
Vier knelpunten bepalen of zo'n structuur kan werken:
- Welke grens wordt bewaakt? Helsinki werkte omdat beide blokken de bestaande grenzen accepteerden. Rusland wil die grenzen nu juist herzien. Een veiligheidsstructuur vraagt eerst een akkoord over de grens, en daar gaat de oorlog over.
- Waar hoort Rusland? In een Europese pijler die de EU domineert, wordt Rusland een middelgrote speler. Moskou ziet zichzelf als eigen pool en zal een brugpositie tussen beide pijlers eisen.
- Heeft Azië een basis? China, India en Japan wantrouwen elkaar. India accepteert geen structuur die China domineert. De Aziatische veiligheid rust nu op Amerikaanse bilaterale bondgenootschappen.
- Wat gebeurt er op de naad? De Kaukasus, Centraal-Azië, Turkije en het Midden-Oosten passen in geen van beide pijlers. Als conflicten op naden ontstaan, verplaatst een tweedeling de breuklijn zonder haar op te heffen.
Daarbij komt de vraag van de kleine staten. Het Concert van Europa hield na 1815 veertig jaar vrede tussen de grootmachten, maar onderdrukte daarbij nationale bewegingen. Oekraïne zal elke structuur waarin het samen met Rusland wordt ingedeeld lezen als opgelegde neutraliteit. Stabiliteit tegenover zelfbeschikking is de afweging die zo'n voorstel expliciet moet maken.
De randvoorwaarden zijn daarom zwaar. Er moet wederzijdse erkenning van grenzen komen, eventueel met een bevroren status voor betwiste gebieden zoals op Cyprus. Er moet wapenbeheersing met verificatie komen, terwijl vrijwel alles is weggevallen: het INF-verdrag in 2019, het CFE-verdrag na de Russische terugtrekking in 2023, en New START liep in februari 2026 af. De VS heeft een rol nodig, als lid of als garant. En kleine staten hebben een mechanisme nodig om bezwaar te maken. Een regionale veiligheidsstructuur kan oorlog voorkomen, maar alleen als partijen het eerst eens zijn over de grens die ze bewaken. Zolang dat niet zo is, wordt elke structuur een onderhandeling over invloedssferen onder een nieuwe naam.
Nederland tussen recht en Washington
Voor Nederland komt dit dichterbij dan het lijkt. De Nederlandse buitenlandpolitiek rust op twee pijlers, en beide staan onder druk. De eerste is de internationale rechtsorde: artikel 90 van de Grondwet draagt de regering op die te bevorderen, en Den Haag huisvest het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof. Als het recht gezag verliest, verliest Nederland een deel van zijn rol. De tweede pijler is het Atlantisme. Nederland heeft altijd op Washington gerekend, en een VS die zich op het eigen halfrond richt en transactioneel opereert, maakt dat anker onzeker.
Hoe smal de ruimte is, bleek in het najaar van 2025. Op 30 september zette minister Karremans de Wet beschikbaarheid goederen uit 1952 in bij chipfabrikant Nexperia in Nijmegen, eigendom van het Chinese Wingtech, uit zorg dat cruciale chipproductie voor Europa in gevaar kwam. Op 4 oktober verbood Peking de export van chips uit Nexperia's Chinese fabrieken, waar het grootste deel van de eindproductie plaatsvindt. Europese autofabrikanten raakten in onzekerheid. China stelde dat Nederland onder Amerikaanse druk handelde. Na Chinese uitzonderingen op het exportverbod schortte Karremans de maatregel in november op (NOS, NOS). Dat is een multipolaire wereld in het klein: een middelgroot land tussen twee polen, met beperkte ruimte om te manoeuvreren.
De eerste stap voor Europa en Nederland is erkennen dat de unipolaire orde plaatsmaakt voor een multipolaire. Maar erkenning is het begin van een keuze, geen beleid. Er zijn twee routes. Bij aanpassen accepteer je de wereld zoals hij is: met alle polen praten, invloedssferen deels aanvaarden, pragmatischer zijn op handel en energie. Bij zelf een pool worden bewapent Europa zich en maakt het zich minder afhankelijk van Washington. Daarbij passen Macrons pleidooi voor strategische autonomie, het Draghi-rapport van 2024 en de NAVO-norm van 5 procent die in juni 2025 in Den Haag werd afgesproken. Beide routes gaan uit van multipolariteit; het werkelijke debat gaat over de mengverhouding.
Mijn interpretatie is dat voorzichtige erkenning de verstandigste weg is: feiten erkennen, claims niet. Daar bestaat een historisch model voor. Het Westen heeft de Sovjet-annexatie van de Baltische staten van 1940 tot 1991 nooit erkend, en tegelijk met Moskou onderhandeld, gehandeld en wapenbeheersing afgesproken. De machtsverhouding werd aanvaard, de grensverschuiving niet. Toen de Sovjet-Unie viel, lag de juridische weg naar herstelde onafhankelijkheid nog open. Toegepast op nu betekent dat: erkennen dat Rusland en China machten zijn met veiligheidsbelangen, en dat Europa met hen moet praten; niet erkennen dat grenzen met geweld zijn verschoven. Een bevroren situatie kan worden aanvaard, een juridische annexatie niet.
De tegenargumenten zijn reëel. Of de wereld al echt multipolair is, staat ter discussie; de politicoloog Amitav Acharya spreekt van een "multiplexe" orde, en de VS blijft militair en financieel de sterkste. Europa is militair nog geen pool. In Oost-Europa en Oekraïne klinkt "erkennen dat de wereld multipolair is" al snel als "accepteren dat Rusland een invloedssfeer heeft", en voorzichtige erkenning kan in de praktijk alsnog die kant op schuiven. Ten slotte dient het internationaal recht ook het eigenbelang van een klein land: het bindt de sterkere partij. Wie het loslaat, verliest zijn eigen bescherming.
Een Deltaplan voor de buitenwereld
Erkenning zonder richting is onvoldoende. Wat ontbreekt, is een visie op wat Nederland en Europa de komende tien, twintig en dertig jaar willen. Dat vraagt geen voorspelling; lange-termijnvoorspellingen kloppen bijna nooit. Wie in 1996 vooruitkeek naar 2026, zag geen China als grootmacht en geen grote oorlog in Europa. Een visie moet zeggen wat je wilt kunnen, hoe de wereld ook loopt. Shell ontwikkelde daar in de jaren zeventig scenarioplanning voor: niet raden welke toekomst komt, maar voorbereid zijn op meerdere. Dat is een Nederlandse traditie die in het buitenlandbeleid nauwelijks wordt benut.
Een mogelijke indeling:
- Tien jaar (tot ongeveer 2036): weerbaarheid. Een defensie die zonder de VS geloofwaardig is, gespreide energie- en grondstoffenaanvoer, beveiligde chipketens. Een regeling voor Oekraïne die Europa zelf mede draagt.
- Twintig jaar (tot ongeveer 2046): Europa als actor. Buitenlandbeleid op basis van gekwalificeerde meerderheid in plaats van unanimiteit, een antwoord op de vraag naar Europese nucleaire afschrikking, en eigen relaties met India, Afrika en de Golf.
- Dertig jaar (tot ongeveer 2056): een plaats in de nieuwe orde. Welke regels Europa met andere polen wil vastleggen, en hoe een verhouding met Rusland eruitziet na het huidige regime. Pas in die fase wordt een Euraziatische veiligheidsstructuur realistisch.
De kennis ontbreekt niet. De WRR, de Adviesraad Internationale Vraagstukken, Clingendael en HCSS denken al jaren op deze termijnen. Wat ontbreekt, is politieke continuïteit. Kabinetten vallen snel, en buitenlandbeleid speelt in verkiezingscampagnes nauwelijks een rol. Een visie voor dertig jaar vraagt een afspraak die coalities overleeft, zoals het Deltaplan dat na 1953 deed voor de waterveiligheid.
Het eerlijke tegenargument is dat Europese eensgezindheid over dertig jaar optimistisch is, nu de lidstaten het al oneens zijn over Rusland en China. Dat is waar. Het pleit er wel voor om te beginnen bij wat Nederland zelf kan vastleggen, en daar Europese partners bij te zoeken.
Slot
De 21e eeuw herschrijft de wereldkaart niet in één keer. Ze maakt hem onleesbaar: steeds meer gebieden waar de grens op papier en de grens op de grond uiteenlopen, met oude jaartallen als rechtvaardiging en machten die bepalen welk jaartal telt. Nederland heeft een Deltaplan tegen het water, maar nog geen plan voor een wereld waarin de dijken van het internationaal recht verzwakken.
Bronverantwoording:
dit analysestuk combineert actuele berichtgeving (stand 5 oktober 2026) met historische achtergrond. Actuele feiten komen uit onder meer Al Jazeera, NOS, France 24, Defense News, The Washington Post, The Christian Science Monitor, Kyiv Post, NBC News, MERIP, Brookings en de Amerikaanse Nationale Veiligheidsstrategie 2025, gelinkt in de tekst. De berichtgeving over Venezuela bij de VN komt van France 24. Als claim geattribueerd en niet onafhankelijk geverifieerd: de voorwaarden die Somaliland volgens de Somalische president voor Israëlische erkenning zou hebben geaccepteerd; Emiratische steun aan de RSF in Soedan, die de VAE ontkent; de Chinese stelling dat Nederland bij Nexperia onder Amerikaanse druk handelde; en de uitspraken van Russische analisten over de doelen van Moskou. Het peilingcijfer over Taiwanese identiteit is een afgerond langjarig gemiddelde. De stelling dat externe sponsoring het verschil maakt tussen politieke afscheiding en burgeroorlog, en het pleidooi voor voorzichtige erkenning, zijn interpretaties van de auteur.
Reactie plaatsen
Reacties