Toen TSMC op 16 juli 2026 aankondigde nog eens honderd miljard dollar in Amerikaanse productiecapaciteit te steken, werd dat in de financiële pers gelezen als bedrijfsnieuws. Het bedrijf boekte een recordkwartaal (Een nettowinst van 706,6 miljard Taiwanese dollar, omgerekend zo’n 22 miljard dollar, een stijging van 77 procent ten opzichte van een jaar eerder) en verhoogde zijn investeringsbudget voor dit jaar naar 60 tot 64 miljard dollar. De AI-vraag is ontketend, de orderboeken puilen uit, de aandeelhouder juicht.
Maar wie het bericht alleen als bedrijfsnieuws leest, mist de kern. Met deze toezegging komt het totaal aan Amerikaanse investeringsbeloften van TSMC op ongeveer 265 miljard dollar. Dat is geen bedrijfsstrategie meer. Dat is buitenlandpolitiek, uitgevoerd door een beursgenoteerde onderneming.
En het is precies dat verschijnsel (staatsbelangen die zich vermommen als marktbeslissingen) waar de huidige technologische machtsstrijd om draait. Op drie plekken op de wereldkaart wordt diezelfde strijd uitgevochten: in Arizona, waar Amerika probeert terug te halen wat het decennia geleden liet gaan. In Taipei, waar een eiland zijn onmisbaarheid als levensverzekering beschouwt. En in Veldhoven, waar een Nederlands bedrijf de enige machine ter wereld bouwt die de hele constructie mogelijk maakt.
Washington: van subsidie naar staatsdeelneming
De Amerikaanse strategie is in vier jaar tijd van karakter veranderd. De CHIPS and Science Act van 2022 was nog een herkenbaar industriepolitiek instrument: subsidies, belastingvoordelen, publieke cofinanciering om fabrieken naar Amerikaanse bodem te lokken. Klassiek, duur, en in de kern nog altijd marktconform.
Wat er in 2025 en 2026 overheen is gelegd, is iets anders. Het ministerie van Handel is aandelen gaan nemen in de bedrijven die het steunt. Intel kreeg een geherstructureerd pakket van 8,9 miljard dollar in ruil voor een belang van bijna tien procent zonder stemrecht (een constructie die het bedrijf de facto de status van nationaal kampioen gaf.) Bij het lithografiebedrijf xLight nam Handel voor 150 miljoen dollar aan aandelen in ruil voor een even groot bedrag aan CHIPS-gelden. Het ministerie van Defensie werd de grootste aandeelhouder van grondstoffenwinner MP Materials.
Daarnaast is de tariefmuur opgetrokken. Sinds 24 februari 2026 gelden vervangende heffingen onder sectie 122 van de Trade Act van 1974, eerst tien en daarna vijftien procent, wereldwijd ook op halfgeleiders en op producten waar halfgeleiders in zitten. De wortel en de stok worden hier tegelijk gehanteerd: wie in Amerika bouwt, krijgt kapitaal; wie erbuiten blijft, betaalt bij de grens.
Waarnemers hebben dit “silicon sovereignty” gedoopt, met het uitgesproken doel om in 2030 ongeveer een vijfde van de mondiale productie van geavanceerde logic-chips op eigen bodem te hebben. Het is een breuk met vier decennia geloof in de vanzelfsprekendheid van de wereldmarkt — de terugkeer van de staat als aandeelhouder, en het openlijk toegeven dat sommige productieketens te belangrijk zijn om aan efficiëntie over te laten.
Maar het gebouw heeft een scheur. Terwijl Washington chips wil terughalen, wil het ook zijn eigen chipbedrijven niet hun grootste markt ontnemen. Op 13 januari 2026 herzag het Bureau of Industry and Security zijn vergunningenbeleid: aanvragen voor de export van Nvidia’s H200, AMD’s MI325X en vergelijkbare chips naar China worden niet langer standaard afgewezen, maar per geval beoordeeld — een uitvloeisel van een aankondiging van president Trump van 8 december 2025. Het Witte Huis, met het oog op handelsbesprekingen en een bezoek aan Peking, houdt het onderwerp bewust klein.
Het Congres reageerde furieus. Wat ooit een van de weinige echt partijoverstijgende consensussen in Washington was, is verworden tot een driehoeksconflict tussen Congres, Witte Huis en chipindustrie, waarbij wetgevers proberen de zeggenschap over exportvergunningen naar zich toe te trekken. De Chip Security Act, die bedrijven zou verplichten te verifiëren dat AI-halfgeleiders op geautoriseerde locaties blijven, is daarvan de scherpste uitdrukking.
Ondertussen verschuift het zwaartepunt van nieuwe regels naar hardere handhaving. In maart 2026 werd een medeoprichter van serverfabrikant Super Micro Computer aangehouden op verdenking van het omleiden van Nvidia-servers naar China via Taiwan en Zuidoost-Azië; kort daarna volgden arrestaties in een zaak rond zevenhonderdvijftig servers ter waarde van zo’n 170 miljoen dollar. Deze zaken zijn geen incidenten maar symptomen: hardware lekt, en een controleregime dat op fysieke goederen leunt, lekt mee.
En dan is er nog het probleem dat met geen enkel wetsvoorstel op te lossen valt. Ondanks de miljarden kampt de Amerikaanse chipsector naar schatting met een tekort van zestigduizend technici en ingenieurs. Kapitaal verplaatst zich in een kwartaal. Kennis doet er een generatie over.
Taipei: het schild dat verdunt
Taiwan produceert ruwweg 60 procent van alle halfgeleiders ter wereld en ongeveer negentig procent van de meest geavanceerde. Uit die concentratie is de doctrine van het silicon shield geboren: de gedachte dat het eiland beschermd wordt door zijn onmisbaarheid, omdat een oorlog om Taiwan de wereldeconomie binnen dagen zou stilleggen. Een analist omschreef de gevolgen van een invasie als een gebeurtenis van depressie-formaat.
Die doctrine staat nu van twee kanten onder druk, en het is de moeite waard beide argumenten serieus te nemen.
De eerste lezing is die van verdunning. Elke fabriek die in Arizona verrijst, maakt het eiland een fractie minder onvervangbaar. Taiwanese beleidsmakers zijn zich daar terdege van bewust, en TSMC handelt ernaar: de allernieuwste 2nm-productie blijft in Taiwan, terwijl de Amerikaanse fabrieken pas recent begonnen zijn met 4nm en naar verwachting pas rond 2030 opschalen naar 2nm en A16. Die vertraging van vier tot vijf jaar is geen toeval maar beleid — het financieel directeur van TSMC bevestigde dat de meest geavanceerde technologieontwikkeling in Taiwan blijft. De onderliggende reden is bovendien niet politiek maar praktisch: geavanceerde chipproductie leunt op dichte clusters van ingenieurs, toeleveranciers, stroomvoorziening, watertoevoer en jarenlang opgebouwde fabriekskennis. Zo’n ecosysteem laat zich niet verhuizen zoals een assemblagelijn.
De tweede lezing draait het argument om. Het Stimson Center betoogt dat de verdiepende Amerikaans-Taiwanese samenwerking rond AI-chips het schild juist versterkt: hoe dieper Taiwan in de AI-keten verankerd raakt, hoe hoger de prijs van verstoring, en hoe sterker de afschrikking. De handelsovereenkomst van januari 2026 werkt in beide richtingen — 250 miljard dollar aan Taiwanese investeringen richting de Verenigde Staten, in ruil voor verlaging van de heffingen op Taiwanese chips van twintig naar vijftien procent. Peking liet weten principieel gekant te zijn tegen dergelijke akkoorden en riep Washington op vast te houden aan het één-China-beginsel.
Er is een derde, ongemakkelijker mogelijkheid, die in beide lezingen ontbreekt: dat het schild nooit heeft gefunctioneerd zoals gedacht. De redenering dat economische onmisbaarheid oorlog voorkomt, veronderstelt dat de tegenstander vooral economisch rekent. Wie ervan uitgaat dat Peking hereniging nastreeft uit nationale trots en niet omwille van TSMC, komt tot een nuchterder conclusie: Taiwans kwetsbaarheid is uiteindelijk politiek-militair van aard, en chips zijn daarbij hooguit een complicerende factor.
Wat vaststaat, is dat de tijdshorizon telt. Zolang het Amerikaanse tekort aan personeel voortduurt en de openingen van de fabrieken in Arizona vertraagd blijven, verzwakt het schild wel maar verdwijnt het niet. De echte vraag ligt verder weg: wat gebeurt er als opeenvolgende Amerikaanse regeringen blijven aandringen op grootschalige verplaatsing? Dan wordt het verlies van Taiwans exclusieve positie een kwestie van wanneer, niet van of.
Veldhoven: het smalste punt van de wereldketen
En dan de kant van het verhaal die in Nederland zelf het minst wordt verteld, terwijl Nederland er het diepst in zit.
De voorzitter van de Amerikaanse commissie voor China, John Moolenaar, formuleerde het onbedoeld glashelder: door Nederland te bewegen de leveringen van EUV-lithografie aan China te staken, verwierf Washington veruit het belangrijkste chokepoint in de hele technologische wedloop met Peking. Zonder die machines kan China geen chips onder de zeven nanometer op schaal produceren — een achterstand die volgens hem minstens zeven jaar bedraagt.
Daarmee is de Nederlandse positie in één zin samengevat. De beslissende hefboom in de grootmachtsstrijd van deze eeuw ligt niet in Washington en niet in Peking, maar in Brabant. En precies daarom is Nederlandse beleidsautonomie op dit dossier structureel onder druk komen te staan.
In 2026 begint dat openlijk te schuren. Het Amerikaanse Congres debatteert over de zogenoemde MATCH Act, een wetsvoorstel dat Washington de bevoegdheid zou geven om vóór partnerlanden te bepalen wat hun chipsector naar China mag leveren inclusief een verbod op het onderhouden van machines die er al staan. Minister Sjoerdsma van Buitenlandse Zaken reisde binnen enkele weken tweemaal naar Washington om ertegen te lobbyen en sprak met minister Lutnick en Congresleden. Zijn formulering was diplomatiek maar ondubbelzinnig: exportcontrole werkt het best wanneer landen meedoen uit overtuiging, niet wanneer beleid over de grens wordt opgelegd.
Wie wil begrijpen wat er op het spel staat bij dat onderhoudsverbod, hoeft niet ver terug. Toen China vorig jaar de export blokkeerde van chips die bij Nexperia werden geproduceerd, kampten autofabrikanten wereldwijd binnen enkele weken met tekorten. Het stilleggen van het onderhoud aan ASML-machines in China zou volgens dezelfde logica een aanzienlijk deel van de mondiale chipproductie kunnen laten haperen. De hefboom snijdt naar twee kanten.
Ondertussen manoeuvreert Den Haag tussen twee onverenigbare posities. Op dezelfde reis waarop Sjoerdsma tegen de MATCH Act lobbyde, tekende hij de verklaring waarmee Nederland toetrad tot Pax Silica — het Amerikaanse initiatief van december om chip- en AI-ketens te coördineren en de afhankelijkheid van China terug te dringen. Begin juli reisde hij naar China om de geschillen rond Nexperia en ASML te sussen; hij beschreef de bilaterale verhouding als iets dat meer op een botsautobaan leek dan op een relatie. Daaraan voorafgaand had ASML een Amerikaanse beschuldiging weersproken dat een van zijn geavanceerdste machines in strijd met de exportregels China zou hebben bereikt — bewijs daarvoor is niet openbaar gemaakt.
En er is een binnenlandse dimensie die weinig aandacht krijgt. Sinds 2025 vallen de meeste ASML-verkopen aan China buiten de exportstatistieken voor dual-usegoederen. Formeel is dat een technische kwestie van categorisering. Praktisch betekent het dat het parlement en de samenleving minder zicht hebben op de omvang van precies die handel waarover de hele geopolitieke discussie gaat.
Wat hier werkelijk wordt beslist
Zet de drie beelden naast elkaar en er tekent zich een patroon af dat verder reikt dan halfgeleiders.
De Verenigde Staten proberen drie doelen tegelijk te bereiken die elkaar bijten: productie terughalen, China’s AI-capaciteit beperken, en de eigen chipbedrijven hun grootste afzetmarkt niet ontnemen. Elk instrument dat het ene doel dient, ondermijnt een ander. Het resultaat is geen tijdelijk beleidsgeschil maar een structurele herordening — twee ecosystemen met eigen toeleveringsketens, eigen chiparchitecturen en steeds minder verenigbare AI-infrastructuur.
Taiwan probeert intussen een schild te behouden dat het zelf, onder druk, aan het weggeven is — en weet dat de meest waardevolle grondstof niet de machine is maar het menselijk kapitaal eromheen.
En Nederland ontdekt dat het bezit van het smalste punt in een mondiale keten geen macht oplevert maar juist blootstelling. Wie de sleutel heeft, wordt door alle partijen tegelijk benaderd, en meestal niet met een verzoek.
Het is verleidelijk om dit te lezen als een technologisch verhaal. Dat is het niet. Het is een verhaal over de vraag wie in een wereld die haar unipolaire ordening kwijtraakt nog beschikt over het vermogen om zelfstandig te beslissen. De Amerikaanse strategie werkt alleen als zij extraterritoriaal is — als Washington kan bepalen wat een Brabantse fabriek naar Shanghai stuurt. Dat is geen bijproduct van het beleid. Dat is het beleid.
Twee ontwikkelingen bepalen wat er hierna gebeurt. Of de MATCH Act het haalt, wat zou vastleggen dat Nederlandse exportbeslissingen in Washington vallen. En of ASML werkelijk eind dit jaar bepaalde geavanceerde systemen aan China gaat leveren — de melding waarop Moolenaar reageerde, en die het gehele dossier opnieuw kan openbreken.
Wat er in Arizona wordt gebouwd, is uiteindelijk minder bepalend dan wat er in Veldhoven mag worden verscheept.
Bronvermelding
• The Associated Press via WTOP News, Taiwan computer chipmaker TSMC pledges another $100 billion to expand US chipmaking capacity, 16 juli 2026
• Bureau of Industry and Security (US Department of Commerce), persbericht over herziene vergunningverlening voor halfgeleiderexport naar China, 13 januari 2026
• Mayer Brown, Administration Policies on Advanced AI Chips Codified, januari 2026
• East Asia Forum, US chip export controls have cooled down, 11 maart 2026
• TechPolicy.Press, Technology Restrictions Have Become a Central Instrument of Economic Statecraft, 13 april 2026
• Bloomsbury Intelligence and Security Institute, AI Chip Smuggling: The Limits of US Export Controls, april 2026
• Chatham House, AI export controls are not the best bargaining chip, 29 april 2026
• Semiconductor Engineering, Annual Global IC Fabs and Facilities Report, april 2026
• CNBC, What the U.S.-Taiwan deal means for the island’s ‘silicon shield’, 19 januari 2026
• Ketagalan Media, Taiwan’s Silicon Shield Still Constrains U.S.-China Relations, 11 juni 2026
• Stimson Center, analyse over Amerikaans-Taiwanese samenwerking in AI-chipproductie, 2026
• US House Select Committee on the CCP, brief van voorzitter John Moolenaar over Nederlandse exportcontroles, april 2026
• Bloomberg, Netherlands Urges US to Ease ASML Export Curbs Targeting China Chip Sales, 24 juni 2026
• NL Times, Dutch government irritated by U.S. plans for new ASML export restrictions, 24 juni 2026
• DutchNews.nl, Netherlands joins US chip pact while fighting ASML export curbs, juni 2026
• NL Times, Netherlands tried to settle Nexperia, ASML disputes on trade visit to China, 8 juli 2026
• Reuters via Techzine, over het buiten de dual-usestatistieken houden van ASML-verkopen aan China, 2025
• SEC-registratiedocument SEALSQ Corp, over de Amerikaanse heffingen onder sectie 122, februari 2026
Reactie plaatsen
Reacties