Ga direct naar de hoofdinhoud

(Analyse Artikel: 10/07/2026) Een dossier zonder visie

Gepubliceerd op 10 juli 2026 om 00:00

Over de proxy-oorlog in Oekraïne, de rekening van het verraad, en Europa's onvermogen tot strategie

Wie het Westerse Oekraïnebeleid van de afgelopen jaren op afstand bekijkt, ziet vooral beweging. Toppen, verklaringen, wapenpakketten, nieuwe rode lijnen die telkens opschuiven. Wat men niet ziet, is een eindbeeld. Nergens is helder geformuleerd wat "winnen" betekent, hoe deze oorlog behoort te eindigen, of welke plaats Oekraïne en Rusland in de veiligheidsorde van morgen zouden moeten innemen. De steun is oprecht, maar ze functioneert als reflex, niet als strategie. En een reflex is geen visie. Het is precies dat gebrek — een dossier zonder eindbeeld — dat op de lange termijn de rekening presenteert. Niet alleen aan Rusland, maar aan Oekraïne zelf, aan Europa, en aan de vrede die men zegt te willen.

De onafgesloten vraag

Om te begrijpen wat zich in Oekraïne voltrekt, moet men verder terugkijken dan 2022, en zelfs verder dan 2014. De oorlog is de uitbarsting van een vraag die sinds 1991 nooit is beantwoord: welke veiligheidsordening geldt er in de ruimte tussen de Europese Unie en Rusland? Na de val van de Sovjet-Unie werd die vraag niet opgelost maar vooruitgeschoven. Het Westen breidde zijn structuren oostwaarts uit, Rusland verklaarde die uitbreiding tot existentiële bedreiging, en de landen daartussen werden — zonder dat iemand het zo benoemde — tot inzet van een botsing die niemand openlijk wilde voeren.

Het scharniermoment draagt een datum: Boekarest, 2008. Daar verklaarden de NAVO-bondgenoten dat Oekraïne en Georgië ooit lid "zullen" worden, zonder tijdpad, zonder garantie, zonder beschermingsplan. Het was de slechtst denkbare formule. Genoeg belofte om Moskou te alarmeren en Kyiv westwaarts te trekken, te weinig substantie om er iets aan te verbinden. Het Westen schreef, kort gezegd, een cheque die het niet kon of wilde verzilveren. Alles wat volgde — de Krim, de Donbas, Minsk, de volledige invasie — laat zich lezen als de langzame incasso van die ongedekte belofte.

Zo bezien is de these dat Oekraïne het toneel is van een proxy-oorlog niet cynisch maar structureel. Wat zich op Oekraïens grondgebied afspeelt, is voor een belangrijk deel de uitvechting van een oudere strijd: tussen de Amerikaanse veiligheidsarchitectuur en de Russische, tussen de NAVO als ordenend beginsel en een Rusland dat die orde afwijst. De wapens zijn grotendeels Westers, de inlichtingen grotendeels Westers, de doctrine deels Westers. Het is een oorlog tussen Rusland en het bondgenootschap, uitgevochten met Oekraïens bloed.

Maar hier hoort onmiddellijk de eerlijke tegenwerping, want zonder haar wordt de analyse een karikatuur. Oekraïners zijn geen figuranten in andermans schaakspel. Zij kozen zelf voor het Westen, staan zelf in de loopgraven, begraven zelf hun doden. Een volk dat vecht voor het bestaan van zijn staat laat zich niet reduceren tot instrument. De proxy-dimensie en de Oekraïense wilskracht bestaan tegelijk — en juist die spanning maakt het dossier zo moeilijk. Wie alleen het grootmachtenspel ziet, ontkent de mens. Wie alleen de heldenmoed ziet, ontkent de structuur waarin die moed wordt uitgebuit.

Wat een verlies zou betekenen

Stel dat het misgaat. Stel dat het front bezwijkt, of dat een deal boven het hoofd van Kyiv wordt gesloten en Oekraïne als verliezer uit de oorlog komt — territoriaal verminkt, gedwongen neutraal, een rompstaat met bevroren wonden. Wat dan?

Het meest onderschatte gevolg is niet geografisch maar psychologisch. Een natie die zich niet op het slagveld verslagen voelt, maar in de steek gelaten door haar bondgenoten, verwerkt dat gevoel niet als nederlaag maar als verraad. En verraad is een gevaarlijker erfenis dan verlies, want het richt zich naar binnen en naar de vrienden van gisteren.

De geschiedenis biedt een lange rij spiegels. Het Tsjechische *o nás bez nás* — "over ons, zonder ons" — na München 1938, toen bondgenoten over het land beslisten zonder het land te horen. Jalta 1945 en de Poolse herinnering aan een vrijheid die op papier werd toegekend en in de praktijk werd weggegeven. De Warschau-opstand van 1944, waarbij het Rode Leger aan de overkant van de rivier wachtte tot het verzet was uitgebloed. Hongarije 1956, toen westerse radiozenders aanmoedigden en niemand kwam. Zuid-Vietnam 1975. En, keer op keer, de Koerden: bewapend wanneer het uitkwam, losgelaten wanneer het niet meer uitkwam. Mocht er in Oekraïne een akkoord over de hoofden heen worden gesloten, dan is dat de letterlijke heropvoering van *o nás bez nás*. Het is de rode draad van de kleine natie die ontdekt dat zij nooit het doel was, maar het middel.

Het mechanisme dat daaruit voortkomt heeft eveneens een naam: de "Dolchstoßlegende" ,de dolkstootlegende. Het is het proces waarbij een volk dat zich verraden weet, die verbittering omzet in een hardere, geslotener identiteit — een mythologie van het decadente Westen dat hen offerde, gedragen door veteranen die niet begrijpen waarvoor hun kameraden stierven. In een land waar na jaren oorlog wapens in omloop zijn, waar een hele generatie is gehard in geweld, is dat geen abstractie. De nationalistische elementen die nu een randverschijnsel zijn, kunnen dan tot kern worden. Niet omdat Oekraïners daartoe geneigd zijn, maar omdat verraad die neiging kweekt in elk volk.

En dat straalt uit. Een verbitterd, bewapend, gedesillusioneerd Oekraïne verandert de verhoudingen in heel Oost-Europa. Het legt een breuklijn bloot die nu nog wordt toegedekt: die tussen de frontlijnstaten — Polen, de Baltische landen — voor wie de Russische dreiging existentieel is, en het vermoeide Westen, dat de oorlog vooral als kostenpost is gaan ervaren. Waar de een een uitweg als verraad ziet, ziet de ander hem als verlossing. Die twee lezingen zijn niet te verzoenen, en een Europa zonder gedeelde visie op het einde bezit geen taal om ze te overbruggen.

Europa als medeauteur

Tot hier ligt het verraad in de toekomst. Maar er is een oncomfortabeler stelling, en die richt zich niet op vijanden maar op vrienden: Europa draagt in het heden al bij aan de verslechtering. Niet door te weinig te doen, maar door de verkeerde dingen absoluut te maken.

Het eerste is het ontbreken van een uitweg. Een oud beginsel uit de strategie luidt dat men zowel de tegenstander als de bondgenoot altijd een uitweg moet laten. Een oorlog zonder off-ramp wordt onvermijdelijk een uitputtingsslag, en uitputtingsslagen worden beslist door demografie en massa, niet door moreel gelijk. Door de doelen maximaal te formuleren — volledige terugtrekking, de grenzen van 1991, geen gesprek zolang er een Russische soldaat op Oekraïense grond staat — is elke uitkomst behalve totale overwinning bij voorbaat tot verlies verklaard. Zo verbrandt de morele framing de ruimte waarin een leefbaar compromis nog eervol had kunnen heten.

Het tweede is de verheiliging van de zaak. Wanneer een strijd heilig wordt, wordt kritiek verraad. En zodra dat gebeurt, valt de normale correctie weg: op uitgestelde verkiezingen, op de wijze van mobiliseren, op de vrijheid van pers, op de corruptie. Niet omdat die dingen niet bestaan, maar omdat ze benoemen gelijkstond aan "Poetin in de kaart spelen". Hier ligt de spiegel van de verraadthese in haar volle scherpte: Europa mag Oekraïne nu niet bekritiseren, en Oekraïne zal Europa straks van verraad beschuldigen. Het zijn twee kanten van hetzelfde onvermogen — van bondgenoten die niet volwassen met elkaar durven omgaan. Een bondgenoot die niet mag corrigeren, is immers geen bondgenoot maar een supporter.

Het derde is de gesloten deur naar Moskou. Hier schrijf ik het scherpst tegen de heersende consensus in, en dus het voorzichtigst. Het meest genoemde anker is Istanbul, voorjaar 2022, waar volgens diverse betrokkenen een onderhandelingsraamwerk lag dat door westerse druk zou zijn ontspoord. Dat blijft een claim, geen vaststaand feit — maar het is wel het punt waarop het idee ontstond dat praten voortijdig is weggeduwd. Onderhandelen is geen zwakte; het is het instrument waarmee staten al eeuwen oorlogen beëindigen die op het slagveld niet te beslissen zijn. Al duren de gesprekken jaren, het strategische belang van Europa vraagt erom dat de deur openblijft.

Ook hier de eerlijke tegenwerping, want zonder haar wordt het naïef. Wie zegt "gewoon onderhandelen", moet invullen wát er wordt onderhandeld: gebied waar mensen onder bezetting achterblijven. De frontlijnstaten zullen terecht zeggen dat een uitweg die dat accepteert geen neutraal compromis is, maar een rekening die door anderen wordt betaald. En Minsk I en II staan als waarschuwing dat akkoorden werden gesloten en niet nagekomen — door welke kant men het ook leest. "Aan tafel" is alleen een strategie als de tegenpartij een duurzaam akkoord wil en geen adempauze om te herbewapenen. Wie dat wegwuift, maakt zich schuldig aan precies de goedgelovigheid die hij Europa's absolutisme verwijt. De eerlijkheid gebiedt beide gevaren te benoemen: het gevaar van eeuwige oorlog én het gevaar van een schijnvrede.

De bubbel die niet benoemd mocht worden

Nergens wordt het mechanisme "kritiek werd verraad" tastbaarder dan in de corruptie die het Oekraïense machtscentrum de afgelopen jaren heeft doortrokken. Het moet met zorg worden verteld, als aanklacht en beschuldiging, niet als vonnis. Maar het patroon spreekt.

De kern draagt de naam Operatie Midas, in de wandelgangen "Mindichgate". Het Oekraïense anticorruptiebureau NABU zou in een onderzoek van vijftien maanden duizend uur aan geluidsopnames hebben verzameld en meer dan zeventig doorzoekingen hebben verricht. De spil is Timur Mindich, een voormalig zakenpartner van Zelensky uit diens televisietijd, beschuldigd van het orkestreren van een kickbackschema van honderd miljoen dollar rond het staatskernenergiebedrijf Energoatom. Het mechanisme zou simpel zijn geweest: leveranciers die contracten wilden, betaalden tien tot vijftien procent terug; wie weigerde, riskeerde onbetaald te blijven. Mindich ontkent en zou naar Israël zijn vertrokken.

Zwaarder nog weegt de figuur van Andriy Yermak, jarenlang hoofd van het Presidentieel Bureau en algemeen beschouwd als de tweede machtigste man van het land — de grijze eminentie die het feitelijke besluitvormingscentrum bestierde, zonder ooit te zijn gekozen of via het parlement benoemd. Hij trad af nadat onderzoekers zijn woning doorzochten, en werd volgens de berichtgeving als verdachte aangemerkt in een witwaszaak rond een luxueus wooncomplex bij Kyiv. Hij ontkent alles; hij bezit, zo liet hij optekenen, slechts één appartement en één auto, en zijn advocaat noemt de zaak politiek opgeblazen.

Het analytisch beslissende moment ligt echter niet in de aanklachten zelf, maar in wat eraan voorafging. In de zomer van 2025 nam de regeringsmeerderheid een wet aan die de onafhankelijkheid van de anticorruptie-instellingen moest inperken. Binnen dagen braken de eerste grote anti-regeringsprotesten sinds het begin van de volledige invasie uit, en de president moest terugkrabbelen. Volgens vooraanstaande Oekraïense onderzoeksmedia werd die aanval aangestuurd vanuit het Presidentieel Bureau, om juist het lopende onderzoek te blokkeren. Hier zien we de these in reincultuur: de logica dat kritiek in oorlogstijd verraad is, ingezet om corruptie af te schermen. Het is de binnenlandse versie van wat het Westen extern doet — de zaak wordt heilig verklaard, en onder die heiligheid groeit de bubbel ongestoord door.

De donkerste draad reikt tot in de oorlog zelf. Mindich zou de toenmalige defensieminister onder druk hebben gezet om militaire contracten te gunnen aan een producent van drones en raketten. Als dat klopt, dan raakte de corruptie niet een zijverhaal maar het front — de wapens waarmee gevochten werd. En dat alles voltrekt zich terwijl Kyiv Europa moet overtuigen dat zijn anticorruptie-agenda op koers ligt, precies wanneer het EU-lidmaatschap als beloning in het vooruitzicht wordt gesteld.

Toch — en dit maakt het verhaal eerlijker en daarmee sterker — is dit óók een verhaal van Oekraïense weerbaarheid. Het waren Oekraïense instellingen die dit blootlegden, opgericht na de Revolutie van de Waardigheid van 2014, en het waren Oekraïense burgers die de straat op gingen en de terugdraaiing afdwongen. Sommige parlementariërs zagen daarin zelfs een teken van gezondheid: een land met een functionerend, onafhankelijk anticorruptiesysteem. Dat ondermijnt het zuivere slachtofferframe, en dat is goed. Het toont opnieuw agency — het bewijst dat Oekraïne geen willoos object is maar een samenleving die met zichzelf worstelt.

Twee dingen horen bij deze eerlijkheid. De verleiding om in de afgeluisterde gesprekken de president zelf te herkennen, is groot, maar de toeschrijvingen zijn allegaties; het anticorruptiebureau bevestigde dat Zelensky geen onderwerp van onderzoek is en dat een zittend president juridisch niet kan worden vervolgd. En de gevolgen voor zijn populariteit zijn omstreden: de ene lezing spreekt van een scherpe val, een andere peiling meldde nog altijd een ruime meerderheid die de president vertrouwt. De waarheid ligt vermoedelijk in de beweging, niet in het getal.

De wurggreep en het onvermogen tot strategie

Achter dit alles schuilt een groter Europees onvermogen: het vermogen om het eigen strategische belang nog zelfstandig te denken. De breuk met Rusland trof Europa dubbel. Het verloor de goedkope energie die decennialang de basis vormde van zijn industriële concurrentiekracht, en het werd tegelijk afhankelijker van Amerikaanse vloeibaar gas, Amerikaanse wapens en het Amerikaanse strategische tempo. De term "wurggreep" is dan geen retoriek maar een concrete keten: energieafhankelijkheid, een defensie-industrie die de Atlantische kant op leunt, extraterritoriale sancties die Europese bedrijven binden aan Amerikaans recht, en een dollarsysteem waaraan men niet ontkomt.

Er bestaat een oudere traditie die hier tegenin denkt. De gaullistische lijn van Europese strategische autonomie, die stelde dat een continent zonder eigen strategie de speelbal blijft van anderen. De realpolitiek van Kissinger, die waarschuwde dat men Rusland nooit volledig in de armen van China moet drijven — een waarschuwing die vandaag, nu Moskou en Peking dichter opeen zijn geschoven dan ooit, profetisch klinkt. En de Duitse gedachte van "Wandel durch Handel" ,verandering door handel, die verwevenheid zag als bron van vrede en welvaart. Men kan die tradities bekritiseren, en de laatste is door de oorlog ontluisterd. Maar Europa heeft er niets voor in de plaats gesteld. Het heeft de oude strategie afgeschaft zonder een nieuwe te formuleren. Wat rest is volgzaamheid, verpakt als eensgezindheid.

Een werelddorde verschuift, langzaam maar zichtbaar, van één zwaartepunt naar meerdere. In zo'n overgang is het gevaarlijkst om geen eigen positie te hebben — om mee te bewegen op de reflexen van een bondgenoot in plaats van het eigen belang te wegen. Dat is precies wat een dossier zonder visie kenmerkt.

De rekening

Het verraad waarvoor gevreesd moet worden, ligt dus niet alleen in de toekomst, als Oekraïne valt en wordt losgelaten. Het wordt in het heden geschreven, door de weigering een uitweg te laten, de weigering kritiek toe te laten, de weigering een deur open te houden, en het onvermogen een eigen strategisch belang te formuleren. Een visie zou betekenen: durven benoemen hoe dit eindigt, verdragen dat een bondgenoot corrigeerbaar is, en aanvaarden dat vrede zelden mooi is maar altijd beter dan eeuwige oorlog.

Wie zijn bondgenoot geen eerlijkheid gunt, wie hem geen uitweg biedt, wie hem gebruikt zonder hem een plaats in de toekomst te geven, kweekt het verraad dat hij vreest. De tragedie van het Oekraïnedossier is niet dat men te veel of te weinig heeft gedaan. Het is dat men zoveel heeft gedaan zonder ooit te weten waartoe. En een dossier zonder visie eindigt zelden waar men hoopte — het eindigt waar de traagheid het brengt.

Verantwoording

Deze beschouwing steunt op berichtgeving van internationale en Oekraïense media over Operatie Midas en het corruptieonderzoek rond het Presidentieel Bureau, onder meer van Al Jazeera, Reuters, Ukrainska Pravda en Suspilne, aangevuld met analyses van instituten als Brookings, de German Marshall Fund en het Centre for Eastern Studies (OSW). De juridische stand van zaken berust op mededelingen van de Oekraïense anticorruptie-instellingen NABU en SAPO. Alle beweringen over aanklachten, schema’s en betrokkenheid zijn weergegeven zoals ze door onderzoekers, aanklagers en media naar voren zijn gebracht; ze gelden als beschuldiging zolang er geen rechterlijk oordeel ligt.

De historische en strategische kaders — de NAVO-belofte van Boekarest (2008), de akkoorden van Minsk, de onderhandelingen van Istanbul (2022), en de tradities van Europese strategische autonomie en realpolitiek — berusten op algemeen toegankelijke historische en politieke kennis.

Cijfers over de publieke steun voor de Oekraïense president lopen tussen bronnen uiteen en zijn als zodanig behandeld.

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.