Davos was jarenlang het jaarlijkse ritueel van de geglobaliseerde wereld: ministers, CEO’s en instellingen die in één adem spraken over samenwerking, vrijhandel, gedeelde regels en een toekomst die — met wat bijsturen — wel te managen zou zijn. Maar Davos 2026 voelt anders. Niet simpelweg grimmiger of gespannener. Davos 2026 lijkt op een live uitzending van een systeemwisseling. De overgang van een regel-gedreven wereldorde naar een macht-gedreven, zakelijk tijdperk waarin deals, druk en geopolitieke belangen voorrang krijgen op abstracte principes.
Deze editie is geen momentopname van “de wereld zoals we hem kennen”, maar van een wereld die aan het verschuiven is terwijl iedereen toekijkt. Dat is precies wat de ophef verklaart. Niet een incident, maar het patroon erachter. Het is het gevoel dat de onderlinge basis (de gedeelde taal en reflex van samenwerking) scheurt. En dat zelfs in Davos, ooit het heiligdom van globalisering.
De breuk hardop uitgesproken: Canada verklaart het einde van het oude verhaal
Het meest typische moment kwam niet van een “usual suspect” met een provocatieve stijl, maar uit Canada: Mark Carney, de Canadese premier, zei het luidop wat jaren impliciet was. De rules-based international order, de regel-gedreven orde die sinds de Tweede Wereldoorlog en vooral na 1989 de norm werd, is volgens hem in wezen voorbij. Het was geen academische observatie, maar een politieke diagnose. Landen kunnen niet meer blind vertrouwen op instellingen en afspraken om veiligheid en voorspelbaarheid te garanderen.
Het gewicht van die uitspraak zit in de afzender. Canada is historisch een land dat juist gelooft in multilateralisme, in internationale instellingen, in diplomatie. Als zelfs Canada zegt dat het regel-systeem niet meer werkt, dan is dat alsof de brandweerchef aankondigt dat het sprinkler-systeem kapot is: je kunt nog branden blussen, maar je verliest het gevoel van automatische veiligheid. Carney gaf daarmee woorden aan wat veel landen (vooral middelgrote) voelen: ze zitten in een wereld waarin macht steeds vaker zwaarder weegt dan regels, en waarin je je positie opnieuw moet beveiligen.
Davos 2026 laat dit niet alleen horen, maar ook zien. Het is niet langer vanzelfsprekend dat er één gemeenschappelijke taal is, één gedeelde agenda. De geopolitiek staat niet meer naast de economie, maar in de economie.
De Davos-etikette breekt: Lutnick, Lagarde en het moment waarop het dessert niet meer komt
Als Carney de breuk verwoordde, dan maakte de Amerikaanse Commerce Secretary Howard Lutnick die breuk zichtbaar.
Tijdens een diner in Davos, gehost door BlackRock-topman Larry Fink, ging Lutnick verbaal hard in op Europa. Volgens meerdere verslagen maakte hij scherpe opmerkingen die niet alleen inhoudelijk confronterend waren, maar ook de toon hadden van de nieuwe tijd: niet langer “partnerschap”, maar “competitie”; niet langer “wij”, maar “jullie moeten leveren”. Het liep uit op boegeroep en chaos. Christine Lagarde, president van de Europese Centrale Bank, liep weg. Het diner eindigde zelfs voortijdig — het dessert kwam er letterlijk niet meer aan te pas.
In Davos is etiquette nooit slechts etiquette. Het is een signaal van orde. Het symboliseert hoe elites een gezamenlijke werkelijkheid in stand houden: men debatteert, maar binnen grenzen. Juist daarom was het incident zo veelzeggend. Niet omdat Lagarde boos werd (dat gebeurt vaker achter gesloten deuren) , maar omdat het openlijk brak. Het was een miniatuurversie van de nieuwe wereldorde van confrontatie, framing, publieke botsing. Als het zelfs in Davos niet meer lukt om de schijn van consensus hoog te houden, dan is dat een historische verschuiving.
En Lutnick stond er niet alleen. Zijn stijl — de scherpe aanval, de nadruk op industrie, energie, macht — is de Davos-vertaling van een breder Amerikaans project dat in het Trump-tijdperk niet is begonnen, maar wel radicaal is versneld: de wereld wordt niet langer benaderd als een gemeenschap van regels, maar als een arena van belangen.
Europa’s reactie: niet meer naïef, nog niet hard genoeg
Europa reageert op deze Davos-week met iets wat je een strategische identiteitscrisis kunt noemen. Want Europa voelt de urgentie. Als de wereldorde verschuift naar machtspolitiek, dan is het Europese model — gebaseerd op regels, instituties, overleg — ineens kwetsbaar. Maar Europa kan ook niet zomaar transformeren tot een grootmacht in klassieke zin. Het is een blok van 27 landen, met interne spanningen, verschillende veiligheidspercepties, verschillende economische belangen.
De reactie in Davos is daarom dubbel:
- Extern: Europa trekt grenzen. Het signaal is: we laten ons niet publiekelijk vernederen of economisch uitknijpen. Lagarde’s walk-out werd daarom gezien als een symbolische “stoplijn”.
- Intern: Europa versnelt het denken in termen van strategische autonomie. Niet als anti-Amerikanisme, maar als noodzaak: de EU kan niet afhankelijk blijven van de grillen van Washington, zeker niet als Washington bondgenoten transacties oplegt.
Je ziet dat in Davos terug: Europese leiders praten vaker over “resilience”, “security” en “sovereignty” dan over “free trade” en “global governance”. De woorden zijn veranderd, omdat de wereld is veranderd.
NAVO: de alliantie blijft, maar de vanzelfsprekendheid verdwijnt
De NAVO is de ruggengraat van de Europese veiligheid. Maar Davos 2026 laat zien dat de NAVO steeds meer in een spanningsveld terechtkomt. Het formele bondgenootschap blijft, maar de mentale zekerheid (“de VS staat altijd achter Europa”) staat onder druk.
De Groenland-discussie, het openlijk onder druk zetten van Europese keuzes, het steeds zakelijker spreken over defensie, zijn allemaal elementen die een breder gevoel voeden dat Europa zich niet alleen moet afvragen wat de NAVO vandaag is, maar ook hoe betrouwbaar de NAVO is in een wereld waarin Amerikaanse politiek agressief binnenlands gedreven is en wat dat betekend voor de lange termijn.
In Davos vertaalt dat zich naar een nuchtere conclusie die steeds vaker klinkt: Europa moet meer defensie-vermogen opbouwen, niet om de NAVO te vervangen, maar om binnen de NAVO volwassen te worden en om niet chantabel te zijn.
Trump als versneller: van architect naar disruptor
Trump is niet de oorzaak van de wereldwijde verschuiving, maar hij is wel de versneller, de katalysator die onderhuidse trends zichtbaar maakt. Waar eerdere Amerikaanse regeringen nog probeerden de oude orde te managen, herdefinieert Trump de rol van de VS.
De kern van die herdefinitie:
- Bondgenoten zijn niet vanzelfsprekende partners, maar actoren die “iets moeten opleveren”.
- Handel is geen neutraal spel, maar geopolitiek instrument.
- Institutionele regels zijn nuttig zolang ze Amerikaanse belangen dienen — anders zijn ze onderhandelbaar.
In de oude orde was de VS de architect, de bouwer van instituten en coalities. In Davos 2026 zien we een Amerika dat zich opstelt als disruptor. Een macht die bereid is om het systeem te destabiliseren als dat voordeel oplevert.
Daarmee wordt Trump een spiegel voor de nieuwe wereldorde. Niet omdat hij deze orde “bedenkt”, maar omdat hij openlijk leeft volgens de regels die in die nieuwe orde gelden: macht, deals, drukmiddelen.
Davos 2026 als breekpunt: waarom juist deze editie zo helder is
Er zijn jaren geweest waarin Davos ook over geopolitiek ging. Maar 2026 is anders omdat de breuk niet alleen inhoudelijk is. Het is ook cultureel en psychologisch.
- De taal van samenwerking verliest terrein.
- Het decor van “global village” voelt hol.
- De conflicten komen niet pas na de sessies, maar tijdens.
- Zelfs de elite-rituelen (diner, panels, diplomatieke beleefdheid) werken niet meer als smeerolie.
Dat is precies waarom Davos 2026 zo’n duidelijke transitie laat zien: omdat het niet alleen gaat om wat er gezegd wordt, maar om hoe het gezegd wordt — en wat er vervolgens gebeurt.
Carney kondigde het einde van het oude verhaal aan. Lutnick voerde de nieuwe logica uit. Lagarde liet zien dat Europa niet langer bereid is alles te slikken voor de vorm. En Trump hangt boven alles als bewijs dat de oude zekerheid (“de VS houdt het systeem bij elkaar”) niet meer de basis is waarop je kunt bouwen.
De contouren van de nieuwe wereldorde: geen nieuw systeem, maar een rommelig netwerk
Wie denkt dat er na de oude orde een “nieuwe orde” komt met een nieuw verdrag en nieuwe instellingen, vergist zich. Davos 2026 maakt vooral duidelijk dat de transitie niet naar één nieuw systeem leidt, maar naar een rommelig netwerk van blokken, mini-coalities en deals per onderwerp:
- energiecoalities
- grondstoffendeals
- AI-standaardenstrijd
- defensieclusters
- handelsblokken met onderlinge uitzonderingen
De wereld wordt minder uniform, minder voorspelbaar, maar ook dynamischer en harder.
Europa’s uitdaging: van normmacht naar strategische macht
Het belangrijkste dat Europa uit Davos 2026 kan meenemen is niet eens de inhoud van één incident, maar het grotere signaal. Europa moet van een normatieve speler (“regels, waarden, instituties”) evolueren naar een strategische speler (“macht, industrie, veiligheid”). Zonder zichzelf te ontkennen, maar wel door de realiteit onder ogen te zien.
Davos 2026 is dus geen evenement, maar een symptoom. Het laat zien dat de wereldorde niet met een klap verdwijnt, maar met duizend verschuivingen: woorden veranderen, reflexen veranderen, beleefdheid breekt, en het centrum van zwaarte verplaatst zich.
En misschien is dat de scherpste conclusie van deze week: de wereldorde is niet langer iets dat je hebt. Het is iets dat je moet bevechten of verliezen.
Reactie plaatsen
Reacties