De gebeurtenissen rond Venezuela begin 2026 markeren meer dan een regionale crisis. Ze vormen een kantelpunt in de internationale politiek en illustreren hoe de mondiale orde, die decennialang relatief stabiel leek, zich nu in een kwetsbare overgangsfase bevindt. Wat zich afspeelde in Venezuela – en de vrijwel gelijktijdige escalatie van retoriek rond Groenland – laat zien hoe de Verenigde Staten hun rol als dominante macht herdefiniëren in een wereld die steeds duidelijker multipolair wordt.
Dit is geen geïsoleerd beleid, geen reeks toevallige beslissingen, maar een strategische aanpassing aan structurele veranderingen in het mondiale machtsevenwicht.
Venezuela als geopolitiek scharnierpunt
De Amerikaanse operatie in Venezuela, waarbij Venezuela’s voormalige machthebber Nicolás Maduro werd aangehouden en overgebracht naar de United States, was uitzonderlijk in zowel vorm als timing. Het ging niet om sancties, diplomatie of proxy-druk, maar om directe, snelle machtsuitoefening.
De symboliek hiervan is cruciaal. Juridisch werd de actie verpakt als rechtshandhaving – een strafzaak, een rechtbank, een proces. Politiek en strategisch was het echter een signaaloperatie: een demonstratie dat Washington bereid is om, indien nodig, eenzijdig te handelen om zijn dominante positie in het westelijk halfrond te beschermen.
Voorstanders zien dit als herstel van orde in een staat die volgens hen jarenlang werd gekenmerkt door corruptie en criminaliteit. Critici wijzen erop dat hiermee een fundamenteel beginsel wordt aangetast: soevereiniteit als hoeksteen van internationaal recht. Juist die spanning maakt Venezuela zo belangrijk voor de rest van de wereld.
Internationale reacties: een orde onder spanning
De wereld reageerde niet primair op Maduro als persoon, maar op de precedentwerking.
- Europese landen, met name Duitsland, vroegen openlijk om uitleg en legitimatie. Niet uit sympathie voor Maduro, maar uit zorg over wat dit betekent voor de internationale spelregels.
- Rusland en China bestempelden de actie als onwettig en destabiliserend, en plaatsten haar in het bredere narratief van Amerikaanse invloedssfeerpolitiek.
- Iran verklaarde dat zijn banden met Venezuela ongewijzigd blijven, waarmee het aangaf dat regimewissels niet automatisch geopolitieke netwerken ontmantelen.
Wat hier zichtbaar wordt, is een kernprobleem van de huidige internationale orde: regels bestaan nog, maar hun afdwingbaarheid brokkelt af. Internationaal recht functioneert steeds vaker als taal van legitimatie achteraf, niet als rem vooraf.
Venezuela als symptoom van een grotere machtsverschuiving
De betekenis van Venezuela reikt verder dan Latijns-Amerika. Het past in een patroon dat historici herkennen uit eerdere overgangsperiodes: momenten waarop een dominante macht merkt dat haar overwicht relatief afneemt.
Belangrijk is het onderscheid:
- De Verenigde Staten zijn niet zwak.
- Maar ze zijn niet langer onbetwist dominant.
In zo’n context worden kleine of middelgrote staten met strategische waarde testlocaties. Niet omdat ze op zichzelf beslissend zijn, maar omdat ze laten zien:
- hoe ver een grootmacht kan gaan,
- hoe anderen reageren,
- en waar de grenzen van tolerantie liggen.
Venezuela werd zo een systeemtest voor de wereldorde.
De Amerikaanse strategie: van impliciete naar expliciete hegemonie
De Amerikaanse reactie op deze veranderende wereld is geen terugtrekking, maar juist een versnelling en verharding van invloedssfeerpolitiek.
Waar hegemonie vroeger vooral werkte via instituties, economische integratie en normstelling, zien we nu een verschuiving naar:
- snelle,
- beperkte,
- doelgerichte acties die feiten op de grond creëren voordat diplomatie of multilaterale blokkades kunnen ingrijpen.
Deze logica werd expliciet verwoord door president Donald Trump, die sprak over een nieuwe doctrine – vaak aangeduid als de “Donroe Doctrine” – waarin het westelijk halfrond opnieuw ondubbelzinnig als Amerikaanse invloedssfeer wordt geclaimd.
Het uitgangspunt is eenvoudig maar hard:
In een multipolaire wereld moet invloed actief worden afgedwongen, niet verondersteld.
Groenland: dezelfde strategie, ander toneel
Vrijwel gelijktijdig met de gebeurtenissen in Venezuela nam de Amerikaanse retoriek rond Greenland toe. Uitspraken over nationale veiligheid, strategische noodzaak en zelfs annexatie riepen felle reacties op van Groenlandse en Deense leiders.
Hier werd duidelijk dat het niet alleen om zwakke staten gaat. Groenland raakt aan:
- de Arctische machtsbalans,
- toegang tot grondstoffen,
- raketwaarschuwing en defensie,
- en vooral: de grenzen van wat binnen bondgenootschappen acceptabel is.
Voor Europa en de NAVO is Groenland existentieel gevoelig. Het idee dat invloedssfeerlogica zich ook richting bondgenoten kan bewegen, ondermijnt het vertrouwen waarop het naoorlogse veiligheidssysteem is gebouwd.
Waarom Amerika deze koers kiest
De keuze voor deze strategie is niet primair ideologisch, maar structureel:
- De relatieve macht van de VS neemt af, vooral ten opzichte van China.
- Internationale instituties zijn verlamd door veto’s en rivaliteit.
- Tijd werkt niet langer vanzelf in het voordeel van de hegemon.
- Kleine, snelle acties zijn goedkoper dan langdurige, grootschalige conflicten.
In die context lijkt het voor Washington rationeel om:
- nu te handelen,
- nu grenzen te testen,
- nu invloed te consolideren.
Niet om de wereld te domineren zoals vroeger, maar om tijd te kopen.
Gevolgen voor de rest van de wereld
Deze aanpak heeft echter gevolgen die verder reiken dan de directe doelen:
- Machtspolitiek in grijze zones wordt genormaliseerd.
- Bondgenoten gaan “hedgen”: meebewegen, maar tegelijk alternatieven zoeken.
- Rivalen gebruiken Amerikaanse acties om hun eigen normschendingen te rechtvaardigen.
- De overgang naar een multipolaire orde versnelt juist door het wantrouwen dat ontstaat.
De paradox is duidelijk: pogingen om hegemonie te behouden kunnen het verval ervan versnellen.
Slotbeschouwing: een orde in overgang
Wat we nu meemaken is geen einde van orde, maar het einde van vanzelfsprekende orde. Venezuela en Groenland zijn geen losse incidenten, maar momenten waarop zichtbaar wordt hoe de wereld verschuift:
- van regels naar macht,
- van consensus naar concurrentie,
- van stabiliteit naar voortdurende onderhandeling.
De Verenigde Staten handelen niet uit paniek, maar uit realisme. Tegelijk is het een realisme dat risico’s accepteert: erosie van legitimiteit, spanningen met bondgenoten en een wereld waarin steeds meer actoren dezelfde harde logica gaan toepassen.
De internationale orde balanceert – niet op de rand van onmiddellijke chaos, maar in een langdurige, onzekere overgang. Hoe die overgang eindigt, hangt niet af van één crisis, maar van hoe vaak zulke “tests” zich herhalen, en of grootmachten uiteindelijk leren macht te begrenzen in plaats van alleen te projecteren.
Reactie plaatsen
Reacties