Ga direct naar de hoofdinhoud

(Analyse Artikel: 31/08/2026) Noordoost-Azië, de eilanden van 1945 en de terugkeer van de open vraag

Gepubliceerd op 31 augustus 2026 om 08:00

Een president proeft kaviaar

Op 13 augustus 2026 bezocht Vladimir Poetin het eiland Itoeroep. Volgens Russische staatsmedia sprak hij met de gouverneur, liep hij door een visverwerkingsfabriek, bezocht hij een ziekenhuis en een school, en proefde hij kaviaar. Het is, op het oog, de meest gewone vorm van politiek die er bestaat: een staatshoofd dat een afgelegen provincie bezoekt en laat zien dat de staat er is.

Behalve dat Poetin het in zesentwintig jaar nooit eerder had gedaan. Zijn voorganger Dmitri Medvedev ging in 2010; sindsdien had geen Russische president voet gezet op de betwiste zuidelijke Koerilen. Poetin kwam er bovendien rechtstreeks vandaan uit Sachalin, waar de Russische marine oefeningen hield, en enkele dagen nadat Japan zijn defensiewitboek voor 2026 had gepubliceerd — een document dat Rusland tot een van de voornaamste dreigingen voor het land rekent.

De reactie kwam onmiddellijk. Premier Sanae Takaichi noemde het bezoek volstrekt onaanvaardbaar en stelde dat de eilanden historisch en volkenrechtelijk onlosmakelijk bij Japan horen. Tokio ontbood de Russische ambassadeur. Vijf dagen later ontbood Moskou de Japanse ambassadeur Akira Muto en liet weten zich het recht op passende tegenmaatregelen voor te behouden. Woordvoerster Maria Zacharova noemde de Japanse kritiek politiek misplaatst en juridisch ongegrond. Doemavoorzitter Vjatsjeslav Volodin verwees in dezelfde week naar de Russische kernwapens. Tokio liet weten nieuwe sancties te overwegen.

Een viskwekerij, een school, een blikje kaviaar. En daaronder een oorlog die nooit is afgesloten.

3 dossiers die nooit gesloten werden

Wie de kaart van Noordoost-Azië goed bekijkt, ziet iets dat nergens anders ter wereld op deze schaal bestaat: een regio waarin de Tweede Wereldoorlog juridisch nooit is beëindigd.

Rusland en Japan hebben nooit een vredesverdrag getekend. De verklaring van 1956 maakte formeel een einde aan de staat van oorlog en herstelde de betrekkingen, maar liet het territoriale geschil open, en dat geschil blokkeert het verdrag tot op de dag van vandaag. Op het Koreaanse schiereiland geldt sinds 1953 een wapenstilstand, geen vrede. En de kwestie-Taiwan is in de kern een onafgemaakte burgeroorlog, waarvan de uitkomst in 1949 werd bevroren door de Amerikaanse Zevende Vloot en sindsdien nooit is uitgeprocedeerd.

Drie onafgesloten dossiers, in één regio, waar vier kernmachten elkaar fysiek raken — Rusland, China, Noord-Korea en de Verenigde Staten — met Japan als niet-kernmacht in het midden. Dat is de reden waarom de zogenoemde multipolaire wereldorde hier niet als abstractie bestaat maar als dagelijkse praktijk. Waar geen enkele afsluitende regeling ligt, is er ook geen orde om op terug te vallen wanneer de machtsverhoudingen verschuiven. De vragen keren dan terug in hun oorspronkelijke vorm.

De lange lijn: Rusland en Japan

De grens tussen beide landen werd voor het eerst getrokken in het Verdrag van Shimoda (1855), dat de vier zuidelijkste eilanden aan Japan toewees. In 1875 ruilden beide rijken: Japan kreeg de gehele Koerilenketen, Rusland kreeg Sachalin. In 1905, na de Russisch-Japanse oorlog, verloor Rusland in Portsmouth ook het zuiden van Sachalin.

Die nederlaag van 1905 is in Moskou nooit geneutraliseerd. Toen Sovjettroepen in de slotweken van 1945 Itoeroep, Koenasjir, Sjikotan en de Habomai-eilandjes innamen en de Japanse bewoners verdreven, werd dat in Moskou uitdrukkelijk gepresenteerd als het uitwissen van de schande van veertig jaar eerder. Wie dat weet, begrijpt waarom elke Japanse claim in Rusland niet als een juridische kwestie wordt gelezen maar als revanchisme. Poetin zei op 12 augustus dat de eilanden Russisch werden als gevolg van de Tweede Wereldoorlog, en noemde de Japanse sancties ongeprovoceerd.

Japan deed in het Verdrag van San Francisco (1951) afstand van "de Koerilen", maar erkende de Sovjet-soevereiniteit nooit en houdt sindsdien vol dat de vier zuidelijke eilanden geen deel uitmaken van de keten waarvan het afstand deed. De Sovjet-Unie tekende dat verdrag niet. In 1956 lag een deelakkoord binnen bereik: Moskou bood teruggave van Sjikotan en de Habomai's aan na sluiting van een vredesverdrag. Dat het niet doorging, had niet alleen met Tokio en Moskou te maken. Historici wijzen op de druk vanuit Washington, waar minister Dulles Japan liet weten dat een tweede-eilandendeal gevolgen kon hebben voor de Amerikaanse positie over Okinawa. Over het gewicht van die interventie wordt tot vandaag gediscussieerd, maar het patroon dat zij illustreert is onmiskenbaar: de Japanse claim beweegt mee met de verhouding tussen Washington en Moskou, niet met de juridische merites.

Dat patroon herhaalde zich. Shinzo Abe zocht als premier tientallen ontmoetingen met Poetin en bracht de onderhandelingen in Singapore (2018) terug naar het kader van 1956. Daarna liep het vast. Na de Japanse sancties van maart 2022 schortte Rusland de vredesbesprekingen formeel op, bevroor het de gezamenlijke economische projecten op de eilanden en schrapte het de visumvrije bezoeken waarmee bejaarde Japanners de graven van hun voorouders konden bezoeken. Zeventig jaar bilateraal geduld, weggevaagd door een oorlog vierduizend kilometer verderop.

Waarom deze eilanden er militair toe doen

In de berichtgeving verdwijnt meestal de reden waarom Moskou hier geen millimeter geeft. Die is niet sentimenteel maar nucleair.

De Zee van Ochotsk fungeert als bastion voor de Russische strategische onderzeeboten: een relatief beschermd binnenwater van waaruit tweede-slagcapaciteit in stand wordt gehouden. De zuidelijke Koerilen beheersen de diepe, ijsvrije zeestraten waarlangs die onderzeeboten en de Pacifische Vloot de open oceaan bereiken zonder langs Japans gecontroleerde doorvaarten te moeten. Teruggave van de eilanden zou betekenen dat een NAVO-gelieerde staat aan weerszijden van die toegang komt te liggen.

Daarmee is de Koerilenkwestie voor Rusland geen historische twist maar een vraagstuk van strategische afschrikking. Dat verklaart ook de begeleidende strategie: ongebruikelijke raketoefeningen rond de eilanden, met inzet van het Bastion-kustverdedigingssysteem, een raketkruiser en een atoomonderzeeër. Wie het geschil als een romantische ruzie over mistige eilanden met zeewier en zeeotters presenteert, mist waar het werkelijk over gaat.

De lange lijn: China en Japan

Bij het tweede been ligt 1895 onder alles. In het Verdrag van Shimonoseki, na de eerste Chinees-Japanse oorlog, ging Taiwan naar Japan en in dezelfde periode plaatste Tokio de Senkaku-eilanden onder zijn bestuur. Taiwan en de Senkaku's komen dus uit hetzelfde historische moment: de eeuw van vernedering, zoals die in China wordt onderwezen.

Dat maakt begrijpelijk waarom de uitspraak van Sanae Takaichi op 7 november 2025 in Peking niet als beleidsnuance werd gelezen. Ze verklaarde in het parlement dat Chinees militair optreden tegen Taiwan, inclusief een zeeblokkade, een "de overleving bedreigende situatie" voor Japan zou kunnen vormen — de juridische drempel die onder de veiligheidswetgeving van 2015 collectieve zelfverdediging mogelijk maakt, ook zonder directe aanval op Japan zelf. Ze was de eerste zittende premier die een concreet Taiwanscenario in die termen benoemde.

De Chinese reactie was niet incidenteel maar structureel. Waar Peking eerder losse instrumenten inzette, werden die vanaf eind 2025 gebundeld in kustwachtoperaties, economische dwang en consulaire druk. Begin januari 2026 volgden strengere exportcontroles op dual-use goederen richting Japan; op 24 februari kwamen twintig Japanse entiteiten op de controlelijst en twintig op een observatielijst; daarnaast liepen restricties op zeldzame aardmetalen en een importstop op Japanse zeevruchten. Bij de Senkaku's is de druk permanent geworden: Chinese overheidsschepen waren in 2025 op 357 van de 365 dagen in de aangrenzende zone aanwezig, volgens onderzoekscijfers een absoluut record.

Tokio antwoordde in zijn eigen taal. Het Blauwboek van april 2026 degradeerde China van "een van de belangrijkste buurlanden" tot "een belangrijke buur". Eén weggehaald woord, jaren betekenis. Analisten spreken inmiddels niet meer van een oplaaiend conflict maar van een nieuw en gevaarlijk evenwicht: twee Aziatische grootmachten die zich van co-existentie binnen een regelgebaseerde orde af bewegen richting strategische concurrentie met terugkerende crises.

De lange lijn: Korea, en de as die geen blok is

Het derde been loopt via Pyongyang. Het Sovjet-Noord-Koreaanse bondgenootschap verviel na 1991; in juni 2024 werd het in feite hersteld met het verdrag inzake een omvattend strategisch partnerschap, inclusief een clausule over wederzijdse militaire bijstand. Wat eerst begon als een ruilhandel (munitie en manschappen voor energie, voedsel en technologie) is inmiddels geïnstitutionaliseerd: Noord-Koreaanse troepen vochten mee in Koersk, en Moskou bood dit jaar een militair samenwerkingsplan voor de periode 2027-2031 aan.

De omvang van de opbrengst is een claim, geen vaststaand feit. Een Zuid-Koreaans onderzoeksinstituut schatte in maart 2026 dat Pyongyang tussen augustus 2023 en eind 2025 tussen de 7,7 en 14,4 miljard dollar verdiende aan militaire samenwerking met Rusland. De bovenkant van die schatting benadert de totale jaarlijkse economische productie van het land. De bron heeft een evident belang bij een hoge inschatting, maar zelfs de onderkant zou het grootste externe inkomen in de geschiedenis van het regime betekenen.

Het is verleidelijk om Rusland, China en Noord-Korea als één blok te lezen. De werkelijkheid is zakelijker. Noord-Korea herstelde in het voorjaar van 2026 zijn traditionele band met Peking via een topontmoeting, terwijl het tegelijk de Russische lijn verdiepte (een bewuste balanceerpolitiek die Pyongyang tegenover beide hoofdsteden hefboom geeft). China is bovendien niet gebaat bij Russische overdracht van geavanceerde militaire technologie aan een buurland dat het zelf liever aan een korte lijn houdt. Wat zich hier vormt is een netwerk van transacties tussen staten met deels tegengestelde belangen, geen alliantie met een gedeelde doctrine. Dat onderscheid is het verschil tussen analyse en slogan.

De Amerikaanse variabele

En dan de vierde speler, die in dit verhaal het minst wordt begrepen omdat het zichzelf tegelijk uitbreidt en terugtrekt.

De naoorlogse orde in Oost-Azië rustte op een asymmetrisch bondgenootschap. De Verenigde Staten namen de primaire verantwoordelijkheid voor de verdediging van Japan, dat door zijn pacifistische, Amerikaans opgestelde grondwet grotendeels afzag van machtsprojectie. Sinds de jaren negentig normaliseert Japan die positie stapsgewijs gedreven door de dreigingsperceptie rond China, Noord-Korea en Rusland en, niet onbelangrijk, door groeiende twijfel over Amerikaanse betrouwbaarheid.

Die twijfel heeft dit jaar (anno 2026) concrete aanknopingspunten gekregen. De Amerikaanse defensiestrategie van 2026 bevat weliswaar de verdediging van de eerste eilandenketen en afschrikking tegenover China, maar wijkt op drie punten scherp af van eerdere edities. Het benoemt het westelijk halfrond als strategische prioriteit, zwakt de dreiging vanuit Noord-Korea en Rusland af, en behandelt bondgenoten uitdrukkelijk in het kader van lastenverdeling in plaats van als fundament van de strategie. Tegelijk raadde Trump Takaichi aan de spanningen met Peking over Taiwan niet op te voeren, werd een wapenpakket van veertien miljard dollar voor Taipei gepauzeerd, en wordt de Special Measures Agreement over de kosten van Amerikaanse troepen in Japan dit jaar heronderhandeld met verwachte eisen tot een veelvoud van de huidige bijdrage. Washington vraagt van Aziatische bondgenoten een defensiebudget richting vijf procent van het bbp, terwijl Japan de twee procent nog niet haalt.

Dit is de kern van de zaak, en het is subtieler dan "Amerika trekt zich terug". Japan wordt gevraagd méér te doen én krijgt minder zekerheid over wat de garantie waard is. Beide bewegingen tegelijk. Dat is precies het mechanisme waarlangs een orde met een ordenende macht kantelt naar een orde met meerdere. Niet door een aankondiging, maar doordat bondgenoten zelf beginnen te beveiligen en daarmee hun eigen capaciteit opbouwen, hun eigen risicoafweging maken en hun eigen conclusies trekken over wanneer zij alleen staan.

De schaarste eronder

Er loopt nog een draad door dit alles die zelden met de regio in verband wordt gebracht: voorraden.

Het defensiewitboek van augustus behandelt Taiwan, de Senkaku's en Oekraïne uitdrukkelijk als samenhangende fronten in één strategische strijd. Dat is een analytisch juiste, maar ongemakkelijke observatie, want dezelfde onderdelen bedienen die fronten. De luchtverdedigings- en onderscheppingsraketten die Japan nodig heeft, komen uit dezelfde productielijnen die dit jaar zijn leeggelopen in het Midden-Oosten en Oekraïne. Wie drie theaters wil bedienen uit één eindige voorraad, kiest en dat kiezen is zelf een vorm van geopolitiek.

Voor Japan komt daar een binnenlandse begrenzing bij die zelden wordt genoemd, zo is er een zwakke munt, een krimpende beroepsbevolking en een economie die de gevraagde budgetsprong moeizaam draagt. Japanse bedrijven noemden de verslechterde relatie met China hun voornaamste risico voor 2026, dicht gevolgd door het Amerikaanse handelsbeleid. Het land wordt van twee kanten geknepen: strategisch harder, economisch kwetsbaarder.

Slot: de kaart die week bleef

Er bestaat een breed gedeelde aanname dat de naoorlogse orde in 1945 werd vastgelegd en pas nu, in onze tijd, aan het schuiven raakt. In Noordoost-Azië klopt die aanname niet. Daar is nooit iets vastgelegd. De grenzen werden bevroren, niet geregeld: door een wapenstilstand die geen verdrag werd, door een verdrag dat één ondertekenaar miste, door een burgeroorlog die door een vloot werd onderbroken.

Wat de afgelopen decennia voor orde doorging, was in feite iets anders: een machtsevenwicht dat de open vragen onbeantwoord kon laten zolang niemand het aandurfde ze te stellen. Zo lang de garantiegever onbetwistbaar was, hoefde de kaart niet te kloppen.

Precies daarom is deze regio de plek waar de kanteling het eerst zichtbaar wordt. Een president die kaviaar proeft op een eiland dat volgens zijn buurland niet van hem is; een premier die in het parlement een scenario benoemt dat zeventig jaar zorgvuldig onbenoemd bleef; een regime dat zijn vervallen bondgenootschap opnieuw tekent en er miljarden aan verdient; en een supermacht die tegelijk meer eist en minder belooft. Dat zijn geen losse incidenten. Het zijn de symptomen van een kaart die week bleef, in een tijd waarin niemand er nog een strijkijzer overheen houdt.

De vraag die daaronder ligt is niet aan wie deze eilanden toebehoren. Het is of een ordening die nooit is afgemaakt, opnieuw kan worden opengelegd zonder dat er iets breekt. 

Bronvermelding

**Poetins bezoek en de diplomatieke nasleep**
- NOS, "Omstreden bezoek Poetin aan Koerilen-eilanden legt spanning met Japan bloot" (13 augustus 2026)
- VRT NWS, "Japan roept Russische ambassadeur op het matje na bezoek van Poetin aan betwiste eilandengroep" (13 augustus 2026)
- Al Jazeera, "Japan protests as Russia's Putin visits disputed Kuril Islands" (13 augustus 2026)
- CNBC, "'Absolutely unacceptable': Japan PM Takaichi condemns Putin's visit to disputed Kuril Islands" (14 augustus 2026)
- The Moscow Times, "Russia Summons Japanese Ambassador as Dispute Over Kuril Islands Flares Up" (18 augustus 2026)
- Euromaidan Press / Kyodo News, "Japan weighs sanctions after Putin's first visit to disputed Kuril Islands" (14 augustus 2026)
- United24 Media, "Putin Visits Disputed Kuril Islands as Japan Weighs New Russia Sanctions" (augustus 2026), incl. ISW-duiding
- Business AM, "Rusland dreigt met kernwapens tegen Japan over claims op de betwiste Koerilen-eilanden" (augustus 2026)
- Meta-Defense, "De spanningen tussen Japan en Rusland rond de Koerilen nemen toe" (25 augustus 2026)

**Historische en juridische achtergrond Rusland-Japan**
- The Diplomat, "Putin's Visit to Disputed Island Exacerbates Japan-Russia Tensions" (augustus 2026)
- GlobalSecurity.org, dossier Japan-Russia foreign relations
- Reuters via Malay Mail, "Japan protests Russian halt to World War Two peace treaty talks" (22 maart 2022)

**China-Japan**
- The Japan Times, "Dangerous new equilibrium awaits Japan-China ties in 2026" (31 december 2025), met analyse van Elli-Katharina Pohlkamp (ECFR)
- Toda Peace Institute, "China-Japan Relations in a New Normal: Insights from China" (april 2026)
- Energy Intelligence, "China-Japan Tensions on the Rise" (augustus 2026)
- Takshashila Institution, "The Making of a New China-Japan Confrontation" (juli 2026)
- Model Diplomat, "Senkaku face-off signals Japan-China rift" (7 juli 2026)
- The Epoch Times (opinie), "Japan's 2026 Defense White Paper Signals a Harder Line on China" (augustus 2026)
- Global Times, over de Reuters-enquête onder Japanse bedrijven (december 2025)

**Rusland-Noord-Korea**
- 38 North, "North Korea Balances Between China and Russia While Hardening Its Regional Posture" (15 juli 2026)
- Kyiv Independent, "Missiles for Moscow, prestige for Pyongyang" (18 juni 2026), met de schatting van het Zuid-Koreaanse Institute for National Security Strategy
- CSIS Beyond Parallel, dossier North Korea-Russia Cooperation
- Congressional Research Service, "Russia-North Korea Relations"
- Foreign Affairs, Oriana Skylar Mastro, "Kim's Dangerous Liaisons" (12 juni 2026)

**Amerikaanse positie en het bondgenootschap**
- CSIS, "Deepening Strategic Alignment: Priorities for the U.S.-Japan Alliance" (april 2026)
- Atlantic Council, "What the Indo-Pacific thinks of the new US National Defense Strategy" (januari 2026)
- Asia Society Policy Institute, "A Stress Test for Resilience: Risks & Opportunities for the U.S.-Japan Alliance" (december 2025)
- USNI News / CRS, "Report to Congress on Japan's Evolving Defense Policy and the U.S.-Japan Alliance" (15 juli 2026)
- Just Security, "The Historic U.S. Defense Budget Request Needs a Sound Indo-Pacific Policy" (mei 2026)
- 9DASHLINE, "Restraint or recalibration? US strategy in the Indo-Pacific" (maart 2026)

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.