Ga direct naar de hoofdinhoud

(Analyse Artikel: 31/03/26) Tussen Hormuz en Taiwan: hoe de oorlog met Iran uitgroeit tot een test voor de nieuwe wereldorde

Gepubliceerd op 31 maart 2026 om 21:12

Wat zich nu rond Iran afspeelt, is groter dan een regionaal conflict. Sinds de Amerikaans-Israëlische aanvallen op Iran op 28 februari is de oorlog uitgegroeid tot een crisis die tegelijk militair, economisch, diplomatiek en ideologisch werkt. Iran houdt de Straat van Hormuz in feite dicht of zwaar beperkt, Hezbollah en de Houthi’s hebben nieuwe fronten geopend, Washington stuurt extra troepen, en de IMF waarschuwt inmiddels dat de oorlog de wereldeconomie aantast. Daarmee is dit niet alleen een oorlog om Iran; het is een stresstest voor het internationale systeem zelf. 

De fundamentele vraag is daarom niet alleen hoe hard de partijen elkaar kunnen raken, maar hoe de macht in de wereld nu feitelijk verdeeld is. De Verenigde Staten beschikken nog altijd over de grootste militaire slagkracht, maar de politieke en economische prijs van die macht loopt op. Europa aarzelt, markten schrikken, energie wordt weer een geopolitiek wapen, en andere spelers — vooral China en Rusland — winnen ruimte zodra Washington in het Midden-Oosten wordt vastgezogen. Dat is precies hoe een veranderende wereldorde eruitziet: niet als één formeel omslagmoment, maar als een reeks overlappende crises die het oude evenwicht uithollen. 

China: geen hoofdrolspeler, wel een structurele winnaar van Amerikaanse afleiding

China staat niet in de voorste linie van deze oorlog, maar het land is er wel direct door gevormd. Economisch is Beijing kwetsbaar: PetroChina zei maandag dat ongeveer 10% van zijn olie- en gasaanvoer via Hormuz loopt, en dat de verstoring van de route de Aziatische raffinage al raakt. Tegelijk maakt juist die kwetsbaarheid duidelijk waarom China de-escalatie wil zonder zich militair te verbinden. Het Chinese belang is dubbel: stabiliteit van energieaanvoer, maar ook strategische winst uit Amerikaanse afleiding. 

Daar zit de diepere laag. Terwijl Washington duizenden extra troepen naar het Midden-Oosten stuurt en worstelt met oplopende olieprijzen en onduidelijke oorlogsdoelen, dringen Amerikaanse congresleden in Taipei er juist op aan dat Taiwan versneld zijn vastgelopen defensiebudget goedkeurt vanwege toenemende Chinese druk. De impliciete boodschap is helder: elke week dat de VS militair en diplomatiek in de Golf vastzit, groeit voor Beijing de speelruimte in Oost-Azië. China hoeft daarvoor niet eens iets spectaculairs te doen. Soms is het voldoende dat de tegenstander elders wordt opgeslokt. 

China profiteert bovendien op narratief niveau. Als Europa terughoudend blijft en Trump bondgenoten verwijt niet genoeg mee te doen, ondersteunt dat Beijing’s al langer gekoesterde verhaal dat Amerikaanse macht grillig is en bondgenootschappen zakelijk zijn. China presenteert zichzelf dan als de actor die stabiliteit en handel wil beschermen, ook als dat beeld maar deels klopt. In een multipolaire wereld is dat al winst. 

Rusland: financieel voordeel, strategisch ademhalen

Voor Rusland is het beeld ruwer en directer. De oorlog in de Golf betekent hogere energieprijzen, en hogere energieprijzen betekenen lucht voor Moskou. Reuters meldde maandag dat Rusland zijn valutatransacties onder de begrotingsregel opschortte, juist in een context van stijgende olieprijzen na het uitbreken van de Iran-oorlog. Dat is een vrij zuivere illustratie van het mechanisme: wanneer Brent schiet omhoog, krijgt een sanctiebelaste petro-staat als Rusland extra begrotingsruimte. 

Daar komt een tweede voordeel bij. Europese gas- en brandstofmarkten staan opnieuw onder druk; EU-energieministers overlegden maandag over een gezamenlijke reactie op de ontwrichting van olie- en gasmarkten, terwijl Servië intussen een nieuw kortetermijn-gasakkoord met Rusland sloot. Dat betekent niet dat Rusland “terug” is als vanzelfsprekende energieleverancier van Europa. Maar het betekent wel dat elke nieuwe energieschok de onderhandelingsmacht van Moskou aan de randen van Europa vergroot. 

Strategisch profiteert Rusland nog op een andere manier: de oorlog om Iran beïnvloedt ook Oekraïne. Zelensky zei maandag dat bondgenoten signalen hebben afgegeven om minder aanvallen uit te voeren op Russische olie-infrastructuur, juist omdat de wereld al met een energieschok kampt. Hij erkende ook dat luchtverdedigingsmiddelen vaker naar het Midden-Oosten gaan. Anders gezegd: de oorlog in Iran verhoogt niet alleen Ruslands inkomsten, maar verlaagt potentieel ook de druk op zijn energiesector en verdeelt de aandacht van Kyiv’s bondgenoten. 

Israël en de VS: bondgenoten, maar niet met hetzelfde belang

Veel analisten zeggen dat Israël meer belang heeft bij deze oorlog dan de VS. In grote lijnen is dat verdedigbaar, zolang het precies wordt geformuleerd. Netanyahu zoekt al decennia een hardere Amerikaanse confrontatie met Iran; Reuters schreef op 4 maart expliciet dat hij al jarenlang een harde Amerikaanse koers tegen Tehran nastreeft. In datzelfde stuk staat ook dat Israëlische en Amerikaanse doelen uiteenlopen: voor Netanyahu bleef regime change een reëel doel, terwijl Trump het al snel versmalde tot vernietiging van Iraanse militaire capaciteit en het voorkomen van een kernwapen. 

Dat verschil is cruciaal. Voor Israël is Iran geen buitenlands dossier naast vele andere, maar een kernonderwerp van nationale veiligheid, doctrine en politieke identiteit. Voor de Verenigde Staten is Iran één front naast China, Oekraïne, inflatie, verkiezingen en bondgenootschappen. Dat betekent dat urgentie, tijdshorizon en tolerantie voor escalatie niet gelijk zijn. Reuters meldde bovendien dat Netanyahu na Trumps terugkeer in 2025 hem herhaaldelijk probeerde te verschuiven van Gaza naar Iran, en dat de militaire operatie al maanden werd voorbereid terwijl er parallel diplomatie liep. 

Maar daarmee is nog niet bewezen dat Israël Washington simpelweg “in oorlog heeft getrokken”. De Reuters-verslaggeving laat juist ook zien dat Trump en Netanyahu weliswaar nauw samenwerkten, maar dat Trump uiteindelijk zelf beslist wanneer de oorlog eindigt. Reuters citeerde een voormalige Amerikaanse ambassadeur in Israël die zei dat als Trump een vroege uitweg wil, hij die ook zal nemen, ongeacht wat Netanyahu wil. Dat is een belangrijke bijsturing op simplistische verklaringen waarin de Amerikaanse staat louter als verlengstuk van Israël wordt voorgesteld. 

Invloed, lobby en complot: waar loopt de grens?

Juist hier begint het onderscheid tussen harde analyse en complotdenken. Dat de pro-Israëlische lobby in Washington invloed heeft, is geen theorie maar een publiek feit. Reuters meldde in maart 2024 dat AIPAC en verwante organisaties tientallen miljoenen dollars ophaalden en uitgaven, en dat de groep kandidaten beoordeelt op hun opstelling tegenover de Amerikaans-Israëlische relatie. Ook meldde Reuters dat Biden over decennia meer dan 5,2 miljoen dollar aan steun ontving volgens OpenSecrets-data. Dat is echte, meetbare politieke invloed. 

Maar invloed is nog geen totale regie. De stap van “AIPAC en pro-Israëlische netwerken hebben structureel gewicht in Washington” naar “de lobby heeft deze oorlog veroorzaakt” vereist hard causaal bewijs: interne memo’s, directe instructielijnen, consistente getuigenissen met documentatie. Zulke sluitende bewijslast zie je in de betrouwbare, verifieerbare berichtgeving niet. Wat je wel ziet, is overlap: Netanyahu’s strategische prioriteiten, Republikeinse haviken, een deel van het Amerikaanse veiligheidsestablishment, Trumps politieke instinct en lobbydruk kunnen elkaar versterken zonder dat er één verborgen commandocentrum is. Die grijze zone is reëel, maar moet ook als grijze zone benoemd worden. 

Dat is journalistiek gezien de juiste methode: onderscheid maken tussen wat bewezen is, wat aannemelijk is, en wat vooral projectie of ideologie is. Bewezen is dat Netanyahu al jaren een oorlog met Iran of ten minste een beslissende confrontatie bepleit. Aannemelijk is dat lobby, politieke netwerken en strategische convergentie in Washington een hardere lijn hebben versterkt. Niet bewezen is dat één lobby of één buitenlandse leider de Amerikaanse staat volledig bestuurt. Wie dat verschil verliest, verliest ook het vermogen om macht serieus te analyseren. 

Trump: geen bewezen catastrofe, wel een gevaarlijke gok

Heeft Trump een grote misstap gedaan? Het eerlijke antwoord is dat het nog te vroeg is om dat definitief te zeggen. Maar Reuters schreef op 28 maart dat Trump na een maand oorlog “alleen maar moeilijke keuzes” overhoudt. Analisten wezen in dat stuk op een gebrek aan helderheid over wat een bevredigende uitkomst eigenlijk is. Dat is meestal een slecht teken in oorlog: zodra het einddoel vervaagt, groeit de kans op strategische uitputting. 

Politiek zit Trump in een dubbelzinnige positie. Als hij Iran kan afschrikken, Hormuz deels kan heropenen en een diplomatieke regeling als overwinning kan verkopen, kan hij het conflict framen als succesvolle dwangdiplomatie. Maar Reuters meldde op 4 maart ook dat de oorlog impopulair is in de VS, dat slechts één op de vier Amerikanen de aanvallen steunt, en dat stijgende benzineprijzen hem in de aanloop naar de midterms direct kunnen schaden. In die zin is dit geen “bewezen fout”, maar wel een high-risk gok met grote binnenlandse gevolgen. 

Zijn verhouding tot Netanyahu maakt dat nog ingewikkelder. Trump en Netanyahu hebben een hechte maar niet frictieloze relatie. Reuters meldde in mei 2025 dat Israël zichtbaar ongerust was toen Trump Israël oversloeg tijdens een Midden-Oostenreis, met Iran sprak en een meer transactionele agenda volgde. Dat laat zien dat Trump geen marionet is; hij is eerder een bondgenoot die soms volledig meebeweegt en soms abrupt zijn eigen pad kiest. Precies dat maakt hem tegelijk bruikbaar en onvoorspelbaar voor Israël. 

Wat er op het spel staat: meer dan territorium

Het echte inzetstuk van deze oorlog is niet alleen land of regime-overleving, maar systeemmacht. De Straat van Hormuz voert ongeveer een vijfde van de mondiale olie- en gasstromen; de IEA spreekt volgens Reuters van de grootste verstoring ooit van de mondiale oliemarkt, en de IMF waarschuwt dat duur, verspreiding en schade van het conflict bepalend worden voor mondiale groei, inflatie en voedselzekerheid. Daarmee zijn olie, scheepvaart en energie-infrastructuur niet langer slechts achtergrond van de oorlog, maar kernonderdeel ervan. 

Daarom raakt dit conflict aan de wereldorde. Als een regionale oorlog tegelijk brandstofprijzen in Europa, raffinage in Azië, Oekraïense operaties, Taiwanese afschrikking en Russische staatsfinanciën beïnvloedt, dan is hij per definitie systeemvormend. De oude wereldorde rustte op het idee dat Amerikaanse macht, maritieme openheid en relatief stabiele energiestromen elkaar ondersteunden. Die drie staan nu tegelijk onder druk. 

Een “nieuwe wereldoorlog” voltrekt zich niet als 1939

Wie uitzoomt, ziet nog iets anders. Een nieuwe mondiale machtsstrijd ziet er niet uit als één formele wereldoorlog met duidelijke blokken en één openingsschot. Ze ontstaat via verweven theaters: Oekraïne, Iran, de Golf, Taiwan, de Rode Zee, financiële markten, energieroutes, sancties, technologie en informatieoorlog. Het moderne soortgelijke van een wereldoorlog is dus niet noodzakelijk één frontale botsing tussen grootmachten, maar een toestand waarin conflicten elkaar economisch en strategisch voeden terwijl directe totale oorlog tussen kernmachten juist wordt vermeden. Dat is niet speculatief; het is precies wat de huidige onderlinge verwevenheid laat zien. 

Religie: niet de oorzaak, wel de brandstof

Onder deze oorlog loopt ook een religieuze laag, maar niet als simpele “godsdienstoorlog”. Reuters beschreef hoe de Iraanse Revolutionaire Garde en de Basij in de oorlog een nog centralere rol hebben gekregen, zowel in externe operaties als in interne repressie. De Garde fungeert bovendien als schakel naar sjiitische proxy’s in de regio, terwijl Hezbollah in Libanon en de Houthi’s in Jemen de oorlog inmiddels verbreden. Religie is hier dus vooral een vorm van legitimatie, identiteit en mobilisatie, verweven met staatsmacht en regionale strategie. 

Dat is een belangrijk onderscheid. Dit conflict is niet “puur religieus”, maar religieuze bewegingen en symboliek maken het wel taaier en emotioneler. Ze geven staten en milities een taal van offer, verzet en historische roeping. Juist daardoor wordt compromis moeilijker en escalatie gemakkelijker. 

Hoe komt de VS hier uit — en verandert dat de wereldorde?

De meest waarschijnlijke Amerikaanse uitweg is geen grote, nette overwinning, maar een verkoopbare tussenuitkomst: enige heropening van Hormuz, een beperkte afspraak over energie-infrastructuur en een claim dat militaire druk Iran tot concessies heeft gebracht. Dat zou passen bij Trumps behoefte aan een claimbare exit en bij de economische druk van olieprijzen en inflatie. Reuters meldde dat Washington tegelijk dreigt en onderhandelt, terwijl Teheran publiekelijk ontkent dat er echte directe gesprekken lopen. Dat is meestal geen teken van dichtbij vrede, maar wel van een zoeken naar een tussenformule. 

Israël kan daar anders naar kijken. Voor Netanyahu is een langduriger conflict minder ondenkbaar zolang Iran structureel verzwakt wordt. Maar Reuters meldde ook dat de oorlog hem politiek niet automatisch omhoog trekt; de peilingen geven hem geen duidelijke boost en de oorlog kost Israël ongeveer 1,6 miljard dollar per week. Dat betekent dat zelfs in Israël het nut van de oorlog niet onbeperkt is. 

Leidt dit tot een fundamentele verandering van de wereldorde? Niet door één oorlog alleen. Maar deze oorlog versnelt zichtbaar een proces dat al gaande was: de overgang van een wereld met één centrale scheidsrechter naar een wereld met meerdere machtspolen, kwetsbare handelsroutes, zwaardere economische oorlogsvoering en bondgenoten die minder automatisch meelopen. De VS kan deze crisis nog overleven zonder strategische instorting. Maar zelfs een “succesvolle” uitkomst zal de onderliggende trend niet terugdraaien: macht wordt diffuser, stabiliteit duurder en regionale oorlogen krijgen direct mondiale betekenis. 

De scherpste conclusie is misschien deze: de oorlog rond Iran laat niet alleen zien wie momenteel het hardst kan slaan. Hij laat vooral zien hoe een wereldorde verandert. Niet met trompetgeschal, maar via olieprijzen, zeestraten, verkiezingsdruk, lobby’s, bondgenootschappelijke frictie, proxy’s en grootmachten die tegelijk vechten, onderhandelen en ontkennen. Dat is geen klassieke wereldoorlog. Het is iets moderner, diffuser en misschien juist daarom gevaarlijker. 

Conclusie

De huidige oorlog rond Iran, Israël en de Verenigde Staten moet niet worden gezien als een op zichzelf staand conflict, maar als onderdeel van een bredere, structurele verschuiving in de wereldorde.

Wat zich aftekent is geen klassieke wereldoorlog met duidelijke blokken en één beslissend moment, maar een geleidelijke systeemstrijd waarin meerdere conflicten — Oekraïne, het Midden-Oosten en spanningen rond China — met elkaar verweven raken. Energie, handel en technologie zijn daarin even belangrijk geworden als militaire macht.

Binnen dat grotere geheel:

  • De VS probeert een beheersbare exit te vinden zonder gezichtsverlies
  • Israël is bereid langer door te gaan om Iran structureel te verzwakken
  • China profiteert van strategische afleiding en positioneert zich als alternatief machtscentrum
  • Rusland profiteert economisch via energieprijzen en strategisch via verminderde druk

Tegelijk laat deze crisis zien dat invloed — van staten, lobby’s en leiders — reëel is, maar zelden absoluut. De relatie tussen Benjamin Netanyahu en Donald Trump illustreert dat goed: sterk, maar niet volledig bepalend. De werkelijkheid bestaat uit overlappende belangen, geen enkelvoudige regie.

Wat er uiteindelijk op het spel staat is fundamenteel:

  • de stabiliteit van de wereldeconomie
  • de controle over energie en handelsroutes
  • de samenhang van bondgenootschappen
  • en de vraag of één macht nog in staat is wereldwijde orde te handhaven

De meest realistische uitkomst op korte termijn is geen duidelijke overwinning, maar een instabiel evenwicht — een situatie waarin oorlog, diplomatie en economische druk naast elkaar blijven bestaan.

Op langere termijn wijst alles in dezelfde richting:

Niet één gebeurtenis verandert de wereldorde,

maar een opeenstapeling van crises zoals deze 

die samen het systeem langzaam herschrijven.

Bronvermelding (selectie & onderbouwing)

Deze analyse is gebaseerd op recente internationale berichtgeving en economische/strategische analyses, met name:

  • Reuters
    • Verslaggeving over:
      • escalatie VS–Iran en dreiging rond Hormuz
      • verschillen in doelen tussen VS en Israël
      • rol van Netanyahu en historische positie t.o.v. Iran
      • economische impact (IMF, olieprijzen, energiemarkt)
      • positie van China en Taiwan
      • Russische economische reacties op stijgende energieprijzen
      • lobby-invloed (AIPAC) en Amerikaanse politiek
  • International Monetary Fund
    • Analyse van mondiale economische impact en groeivertraging
  • International Energy Agency
    • Inzichten in verstoring van olie- en energiestromen
  • OpenSecrets
    • Data over lobby-uitgaven en politieke invloed in de VS

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.